Verzoekers, met de Russische nationaliteit, hebben een voorlopige voorziening gevraagd om hun overdracht aan Kroatische autoriteiten te voorkomen, zodat zij de behandeling van hun verzet tegen de afwijzing van hun asielaanvragen in Nederland kunnen afwachten.
De rechtbank had eerder de beroepen van verzoekers tegen de niet-inhoudelijke behandeling van hun asielaanvragen gegrond verklaard, waarna zij verzet hebben ingesteld. Verzoekers stelden dat onvoldoende is onderzocht wat de gevolgen van de overdracht zijn voor medische problemen van een van hen en overleg hierover met Kroatië noodzakelijk is.
De minister van Asiel en Migratie stelde dat er geen spoedeisend belang is omdat de overdracht vrijwillig is en verzoekers zelf kunnen kiezen of zij meewerken. De voorzieningenrechter oordeelde dat op dit moment geen sprake is van een spoedeisend belang en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.