Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoekende partij] , ingekomen op 29 december 2025, met producties 1 t/m 19;
- het verweerschrift van Achmea, met producties 1 t/m 7;
- de kostenbegroting van [verzoekende partij] van 16 maart 2026.
2.De feiten
Beantwoording vraagstelling en advies
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
mengschade(waarbij de thans aanwezige schade zijn oorzaak heeft in beide ongevallen). Als, zoals [verzoekende partij] zelf stelt, geen sprake meer was van klachten (en beperkingen) en er wel een (gedeeltelijk) reëel arbeidsvermogen was, dan is het mogelijk dat hij dit door het ongeval is kwijtgeraakt. Dat in de in 2018 betaalde schadevergoeding mogelijk al een verlies aan verdienvermogen was verdisconteerd doet hier niet zonder meer aan af. Een eventueel herstel nadien (in die zin dat [verzoekende partij] weer kon werken) maakt dat er, als hij door het ongeval van 2019 niet meer kan werken, een nieuwe schade is ontstaan die voor vergoeding in aanmerking zou kunnen komen.