ECLI:NL:RBDHA:2026:11459

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/691612 / HA ZA 25-811
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 7:755 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wanprestatie en schadevergoeding bij glasvezelprojecten tussen MDF Infra en Cat Infra

MDF Infra heeft Cat Infra als onderaannemer ingeschakeld voor werkzaamheden bij diverse glasvezelprojecten. MDF stelt dat Cat Infra wanprestatie heeft gepleegd door kabelschades en andere schades te veroorzaken zonder deze te melden, en vordert schadevergoeding, contractuele boetes en incassokosten. Cat Infra betwist aansprakelijkheid en vordert in reconventie betaling van meerwerk en onterecht verrekende bedragen.

De rechtbank beoordeelt dat Cat Infra aansprakelijk is voor vier erkende schadeposten, waarvoor zij geen correcte melding heeft gedaan, en wijst deze vorderingen toe inclusief contractuele boetes. Voor overige schadeposten is onvoldoende bewijs geleverd dat Cat Infra de schade heeft veroorzaakt, waardoor deze vorderingen worden afgewezen. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt eveneens afgewezen.

In reconventie oordeelt de rechtbank dat MDF onterecht € 24.149,82 heeft verrekend met facturen van Cat Infra en veroordeelt MDF tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente. De vordering van Cat Infra tot betaling van meerwerk wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van overeenstemming over meerwerk.

De rechtbank veroordeelt Cat Infra tot betaling van € 6.205,57 aan MDF en MDF tot betaling van € 24.149,82 aan Cat Infra, elk vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Cat Infra wordt veroordeeld tot betaling van € 6.205,57 aan MDF en MDF tot betaling van € 24.149,82 aan Cat Infra, beide vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/691612 / HA ZA 25-811
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
MDF INFRA B.V.te Poeldijk,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. R.J. Maassen,
tegen

1.de vennootschap onder firma CAT INFRA te Rijswijk,

2.
[partij B sub 2]te Rijswijk,
3.
[partij B sub 3]te Den Haag,
4.
[partij B sub 4]te Den Haag,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat: mr. P. van der Veld.
Partijen worden hierna afzonderlijk MDF, Cat Infra, [partij B sub 2] , [partij B sub 3] en [partij B sub 4] genoemd. Cat Infra, [partij B sub 2] , [partij B sub 3] en [partij B sub 4] worden samen aangeduid als Cat Infra c.s. (in vrouwelijk enkelvoud).

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 11 september 2025, met producties 1 tot en met 28;
  • de akte vermeerdering van eis, tevens overleggen nadere producties, met producties 29 en 30;
  • de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 13;
  • het tussenvonnis van 26 november 2025, waarin een mondelinge behandeling is bevolen;
  • de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 31 tot en met 48;
  • de brief van 26 januari 2026 van MDF, met productie 49.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt.

2.De feiten

2.1.
MDF is gespecialiseerd in glasvezel- en infratechniek. MDF legt in opdracht van derden elektriciteits- en telecommunicatiekabels aan en voert de daarbij behorende werkzaamheden uit. Hierbij schakelt MDF, vanwege de omvang van de projecten, regelmatig onderaannemers in om een gedeelte van de werkzaamheden uit te voeren.
2.2.
Cat Infra voert werkzaamheden uit op het gebied van infratechniek en het vlechten van betonstaal. [partij B sub 2] , [partij B sub 3] en [partij B sub 4] zijn de vennoten van Cat Infra.
2.3.
MDF en Cat Infra hebben in 2024 samengewerkt, in die zin dat MDF (als aannemer) Cat Infra (als onderaannemer) heeft ingeschakeld in het kader van diverse glasvezelprojecten op verschillende locaties in Nederland.
2.4.
In de tussen partijen gesloten raamovereenkomst, die door Cat Infra op
24 september 2024 is ondertekend, is onder meer vermeld:

9. SCHADES EN KLACHTEN
9.1.
Onderaannemer is verplicht zich op de hoogte te stellen van de bestaande situatie
op de werklocatie.
9.2.
Onderaannemer is verplicht, ingeval van schade, deze direct schriftelijk te melden
bij Aannemer en bij de verzekering van Onderaannemer.
9.3.
Aannemer onderscheidt twee schade typen:
* Schades waarbij het standaard graafincident van toepassing is. Deze schades hebben invloed op kabels en leidingen. Per schade dient Onderaannemer de uitvoerder van Aannemer en de beheerder per ommegaande op de hoogte te stellen en vervolgens een graafincident formulier compleet in te vullen en deze in te leveren bij de uitvoerder van Aannemer,
* Overige schades die Aannemer onderkent is een schade aan eigendom van een derde. In veel gevallen betreft dit een particuliere eigenaar. Voor deze schades en klachten is een protocol opgesteld door Aannemer.
Onderaannemer is verantwoordelijk voor een consequent en tijdige afhandeling van schades en klachten. Indien, naar mening van de Aannemer Onderaannemer niet voldoet aan het tijdig afhandelen van schades kan deze hem een korting opleggen ten bedrage van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro en nul eurocent) per schade zonder dat hiervoor ingebrekestelling noodzakelijk is. Tevens houdt de Aannemer zich het recht voor om bij in gebreke blijven van de Onderaannemer de schade te herstellen en is Aannemer gerechtigd om de volledige schadevergoeding te vorderen.”
2.5.
MDF heeft de samenwerking op 12 november 2024 opgezegd. Cat Infra heeft met deze opzegging ingestemd. Wel heeft Cat Infra daarna nog een aantal lopende projecten afgerond. Cat Infra heeft de laatste werkzaamheden op 24 december 2024 uitgevoerd. Cat Infra heeft in verband met de door haar verrichte werkzaamheden diverse facturen naar MDF gestuurd.
2.6.
MDF heeft op haar beurt diverse facturen aan Cat Infra gestuurd in verband met schades die volgens haar tijdens de uitvoering van de werkzaamheden door Cat Infra zijn veroorzaakt zonder deze schades te melden. MDF heeft deze schades gedeeltelijk verrekend met nog openstaande facturen van Cat Infra. MDF heeft Cat Infra verzocht het na verrekening nog openstaande bedrag aan haar te voldoen.
2.7.
Cat Infra heeft, ook na betalingsherinneringen en sommaties, geweigerd het volgens MDF openstaande bedrag te voldoen. Bij e-mail van 11 augustus 2025 heeft MDF een laatste mogelijkheid tot betaling aan Cat Infra gegeven. Nadat Cat Infra hierop ook niet tot betaling is overgegaan, heeft MDF de onderhavige dagvaarding uitgebracht.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
MDF vordert, naar de rechtbank begrijpt, na eisvermeerdering, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Cat Infra c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan MDF van € 41.463,72 aan (na verrekening resterende) hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf de dag waarop deze verschuldigd is;
Cat Infra c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan MDF van € 3.500 aan contractuele boete, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
Cat Infra c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan MDF van € 1.199,64 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
Cat Infra c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het wijzen van het vonnis.
3.2.
MDF legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.
  • Cat Infra heeft, door niet de zorgvuldigheid te hanteren die van haar verwacht had mogen worden, schade veroorzaakt bij de uitvoering van haar werkzaamheden bij diverse in opdracht van MDF uitgevoerde projecten, zonder deze te melden. Cat Infra is hierdoor toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van onderaanneming. De herstelwerkzaamheden zijn inmiddels door derden uitgevoerd. Voor de hieraan verbonden kosten is MDF aangesproken en zij heeft deze kosten ook voldaan. MDF maakt tegenover Cat Infra aanspraak op de door haar in verband met het schadeherstel betaalde kosten. Deze schade bedraagt thans nog, na verrekening met facturen van Cat Infra, € 41.463,72.
  • Daarnaast maakt MDF op grond van het bepaalde in 9.3 van de tussen partijen gesloten schriftelijke overeenkomst aanspraak op een bedrag van € 3.500 aan contractuele boete voor de niet-gemelde kabelschades.
  • MDF vordert tot slot betaling van € 1.199,64 aan buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
Cat Infra c.s. voert verweer.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
Cat Infra c.s. vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van MDF tot betaling van € 42.676,63 (€ 9.736 aan meerwerk en € 32.940,63 aan onterecht verrekende bedragen), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van opeisbaarheid, met veroordeling van MDF in de (daadwerkelijke) proceskosten.
3.6.
Cat Infra c.s. legt aan de vordering het volgende ten grondslag. MDF is aan haar in de eerste plaats een bedrag van € 9.736,- verschuldigd in verband door haar verricht meerwerk. Verder vordert Cat Infra betaling door MDF van een bedrag van € 32.940,63 omdat dit bedrag onterecht is verrekend met de door haar aan MDF verstuurde facturen.
3.7.
MDF voert verweer.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

In conventie
Schending waarheidsplicht?
4.1.
Aan het beroep van Cat Infra c.s. op schending van de waarheidsplicht door MDF gaat de rechtbank voorbij. Het klopt dat MDF in de dagvaarding (tot twee keer toe) heeft gesteld dat Cat Infra c.s. in 2025 nog in haar opdracht heeft gewerkt, terwijl vast staat dat de laatste werkzaamheden van Cat Infra c.s. voor MDF eind 2024 zijn afgerond. Ter zitting is echter gebleken dat het hier gaat om een verschrijving en dat het jaar 2024 is bedoeld. Verder is volgens Cat Infra c.s. van een schending van de waarheidsplicht sprake omdat MDF onjuist heeft verklaard over de (ingangsdatum van de) schriftelijke overeenkomst en het niet melden van schades door Cat Infra c.s. Dit zijn echter punten waarover partijen van mening verschillen en die hierna nader aan de orde zullen komen. Op deze punten kan dan ook geen schending van de waarheidsplicht worden aangenomen.
Schriftelijke raamovereenkomst
4.2.
Cat Infra c.s. stelt dat de schriftelijk tussen partijen gesloten raamovereenkomst (zie onder 2.4) (hierna: de overeenkomst) was bedoeld voor het jaar 2025. Aan deze – door MDF betwiste – stelling gaat de rechtbank voorbij, aangezien uit de tekst van de overeenkomst blijkt dat die overeenkomst ziet op 2024. Cat Infra c.s. heeft ook uitsluitend in 2024 voor MDF gewerkt. De enkele stelling dat Cat Infra c.s. niet gebonden was aan de overeenkomst omdat [partij B sub 2] niet bevoegd was de overeenkomst aan te gaan, kan haar niet baten. Zonder toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom MDF er niet op heeft mogen vertrouwen dat [partij B sub 2] bevoegd was Cat Infra c.s. te binden.
Aansprakelijkheid Cat Infra c.s. wegens wanprestatie?
4.3.
MDF vordert schadevergoeding van € 41.463,72 vanwege kabelschades en overige schades en legt aan die vordering ten grondslag dat Cat Infra c.s. wanprestatie heeft gepleegd door deze schades te veroorzaken.
4.4.
De vordering ziet op tien schadeposten, waarvan in vier gevallen door Cat Infra c.s. is erkend dat zij schade heeft veroorzaakt (in Zevenbergen en Vianen). Voor de zes schadeposten waarop die erkenning niet ziet, geldt het volgende. De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat Cat Infra c.s. op de gestelde data aan het werk was op locaties waar volgens MDF schade is ontstaan en dat Cat Infra c.s. de schadeveroorzakende partij was, rusten op MDF.
Kabelschade en boete
4.5.
Volgens MDF kan in een geval waarin geen melding van schade wordt gedaan, via een zogenaamde KLIC [1] -melding worden vastgesteld wie op de locatie van een beschadigde kabel als laatste heeft gewerkt. Een KLIC-melding is een wettelijk verplichte graafmelding die graafschade moet voorkomen.
4.6.
Cat Infra c.s. heeft gemotiveerd betwist dat zij de door MDF gestelde kabelschades heeft veroorzaakt aan de adressen Voorstraat 30 te Vianen, Varkensmarkt 7 te Vianen, Dokter van Wiechenweg 2 te Zwolle en De Reulver 32 te Enschede. Per schadepost heeft Cat Infra aangevoerd waarom zij niet voor de gestelde schade aansprakelijk kan zijn. In de kern komt dat verweer erop neer dat Cat Infra c.s. niet ter plaatse werkzaam was op de gestelde schadedata. Bovendien heeft Cat Infra c.s. gesteld en ter zitting toegelicht dat via een KLIC-melding niet kan worden uitgesloten dat onderaannemers (graaf)werkzaamheden op de betreffende locatie hebben uitgevoerd, zodat een KLIC-melding geen uitsluitsel geeft. Reeds daarom kan niet worden vastgesteld dat Cat Infra c.s. de schadeveroorzakende partij was voor de gestelde schades. Nu niet op andere wijze is aangetoond dat Cat Infra c.s. de partij was die de schade moet hebben veroorzaakt, zullen de vorderingen die zien op de betwiste schadeposten als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. Gelet daarop is ook de boete van € 500,- per schade die is gevorderd voor deze vier posten niet toewijsbaar.
4.7.
Over de vier posten waarvan is erkend dat de schade door Cat Infra c.s. is veroorzaakt, overweegt de rechtbank als volgt. Cat Infra c.s. stelt de schade te hebben gemeld voor de adressen (1) [adres 1] te Zevenbergen, (2) [adres 2] in Zevenbergen, (3) [adres 3] in Vianen en (4) [adres 4] in Vianen.
4.8.
Over schade (1) stelt Cat Infra c.s. dat de kabel 20 cm diep lag in plaats van op de in de KLIC-melding aangegeven diepte van 60 cm, zodat haar niet kan worden verweten de kabel te hebben geraakt. MDF had – tegenover die betwisting – moeten stellen wat van Cat Infra gelet op de op haar rustende zorgplicht meer kon worden verwacht dan zij heeft gedaan. MDF heeft geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat en waarom Cat Infra c.s. haar zorgplicht heeft geschonden. Deze schade is niet toewijsbaar.
4.9.
Over schade (2) stelt Cat Infra c.s. dat de schade is gemaakt en gemeld. Zij stelt geen onderzoekskosten verschuldigd te zijn en dat de gevorderde schade (€ 4.006,97) buitenproportioneel hoog is. Cat Infra c.s. heeft haar stelling dat deze schade is gemeld niet met enig stuk onderbouwd. Het gaat om een schade op of omstreeks 29 november 2024. Dat betekent dat de schade op de in artikel 9 van Pro de overeenkomst bedoelde wijze – dat wil zeggen schriftelijk (via een graafincident formulier) – had moeten worden gemeld. Nu dat niet is gebeurd, wordt aan het bewijsaanbod dat ziet op het telefonisch melden voorbij gegaan. Cat Infra c.s. is dus ook aansprakelijk voor de onderzoekskosten. De hoogte van de schade is door MDF onderbouwd en door Cat Infra c.s. onvoldoende gemotiveerd betwist. Deze schadepost is toewijsbaar.
4.10.
Over schade (3) stelt Cat Infra c.s. eveneens dat de schade (€ 613,60) is gemaakt en gemeld en door haar zelf in mindering is gebracht op een factuur. Dat laatste is door MDF betwist. MDF heeft ter zitting afdoende toegelicht dat het verrekende bedrag dat Cat Infra c.s. bedoelt zag op een andere factuur (van Ziggo) en dat de onderhavige schade niet is betaald. Deze schadepost is eveneens toewijsbaar.
4.11.
Ook over schade (4) stelt Cat Infra c.s. dat deze schade (€ 585,-) door haar is gemaakt en gemeld. Zij stelt dat de schade al is verrekend. Tegenover de gemotiveerde betwisting door MDF heeft Cat Infra c.s. onvoldoende onderbouwd dat dit bedrag is voldaan. Deze schadepost is daarom toewijsbaar.
4.12.
Het totaalbedrag dat toewijsbaar is voor de posten (2) tot en met (4) is € 5.205,57, te vermeerderen met de voor de posten (2) en (3) gevorderde contractuele boete van € 1.000,- (op grond van artikel 9.3 van de overeenkomst). Nu het gaat om kabelschade, wordt aan het verweer dat Cat Infra c.s. in de gelegenheid had moeten worden gesteld om de schade te herstellen voorbij gegaan. Dat is doorgaans geen schade die door een (onder)aannemer wordt hersteld. Ook het verweer dat niet aan de schadebeperkingsplicht is voldaan leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat dit verweer niet verder is uitgewerkt.
Overige schade
4.13.
De overige schadeposten zien op het achterlaten van grond en puin en door straatwerk foutief terug te plaatsen. Ook dit zou wanprestatie van Cat Infra c.s. opleveren. Cat Infra c.s. heeft gemotiveerd betwist deze schade te hebben veroorzaakt. MDF heeft haar vordering voor wat betreft deze schadeposten – na betwisting – onvoldoende onderbouwd. Niet kan worden vastgesteld dat Cat Infra c.s. de gestelde schade heeft veroorzaakt. En ook kan wat betreft het foutief terugplaatsen van het straatwerk niet worden vastgesteld dat MDF daardoor schade heeft geleden. Dit heeft zij niet onderbouwd. De vordering is voor zover die ziet op deze posten niet toewijsbaar.
Wettelijke rente
4.14.
Over de toe te wijzen bedragen van (€ 5.205,57 en € 1.000,- =) € 6.205,57 acht de rechtbank de gevorderde wettelijke rente als niet weersproken toewijsbaar vanaf de vervaldata van de betreffende facturen respectievelijk de dag van dagvaarding.
Buitengerechtelijke kosten
4.15.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Uit de door MDF gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan MDF vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
In reconventie
Verrekende bedragen
4.16.
Cat Infra c.s. stelt dat MDF ten onrechte € 32.940,63 heeft verrekend. Dit bedrag ziet op zeventien schadeposten. Ook hiervoor geldt dat het aan MDF is om te stellen en bewijzen dat Cat Infra c.s. de schadeveroorzakende partij was, nu Cat Infra c.s. betwist dat zij aansprakelijk is voor de (volledig) gevorderde schadevergoeding.
Kabelschades
4.17.
Cat Infra c.s. betwist dat zij aansprakelijk is voor kabelschades die zien op de posten [adres 5] te Zevenbergen (€ 914,52), [adres 6] te Enschede (€ 2.889,03), [adres 7] te Vianen (€ 772,80), [adres 8] (€ 5.407,06), [adres 9] te Enschede (€ 3.869,11), [adres 10] te Enschede (€ 3.785,76) en [adres 11] te Vianen (€ 1.348,80). Ook hier geldt dat Cat Infra c.s. gemotiveerd heeft betwist dat zij de door MDF gestelde kabelschades heeft veroorzaakt en dat door MDF, in het licht van deze betwisting, niet is aangetoond dat Cat Infra c.s. de schadeveroorzakende partij was voor de gestelde schades. Voor deze schades (totaal € 18.987,08) geldt dat MDF niet tot verrekening had mogen overgaan. De vordering zal voor dat deel worden toegewezen.
Overige schades
4.18.
Deze schadeposten zien op onjuist aangelegde kabels, een beschadigde haspelwagen en beschadigde bomen, waarvoor Cat Infra c.s. volgens MDF op grond van wanprestatie aansprakelijk is. Cat Infra c.s. heeft gemotiveerd betwist dat zij deze schades heeft veroorzaakt en MDF heeft haar stellingen op dit punt vervolgens onvoldoende onderbouwd. Niet kan dus worden vastgesteld dat Cat Infra c.s. de gestelde schades heeft veroorzaakt. Ook wat betreft deze posten is dus, voor een bedrag van € 5.162,74 (€ 880,- +
€ 1.092,74 + € 3.190,-) onterecht tot verrekening overgegaan. De vordering is voor dit deel toewijsbaar.
Veroorzaken schade erkend
4.19.
Cat Infra c.s. erkent dat zij de overige, hierna genoemde schades heeft veroorzaakt. Tussen partijen is in geschil of MDF hiervoor de volgende bedragen heeft mogen verrekenen:
in het project BFM Beheer in Zwolle (€ 2.501,92)
in het project Groen Eco – Rigtersbeek Enschede (€ 683,65)
op de adressen [adres 12] te Vianen en de [adres 13] te Zevenbergen;
op het adres [adres 14] te Hedel (€ 2.667,97)
op het adres [adres 15] te Hedel (€ 1.925,79)
op het adres [adres 16] te Vianen (€ 90,40)
[adres 17] te Vianen (€ 921,08).
4.20.
Ten aanzien van de onder a en b genoemde posten stelt Cat Infra c.s. dat MDF alvorens te verrekenen de hoogte eerst overeen had moeten komen. MDF heeft de gevorderde bedragen voldoende onderbouwd met onder meer een rapport van Sedgwick (post a) en stukken waaruit volgt welke kosten bij MDF in rekening zijn gebracht voor herstel van de door Cat Infra c.s. veroorzaakte schade (post b). MDF heeft kunnen overgaan tot verrekening van de onder a en b genoemde bedragen (totaal € 3.185,57), zodat de vordering die hierop ziet niet toewijsbaar is.
4.21.
Ten aanzien van de posten c, d, e en f stelt Cat Infra c.s. dat de kosten voor vaststelling van aansprakelijkheid/buitengerechtelijke kosten niet voor haar rekening kunnen komen dan wel dat de facturen te hoog zijn. MDF heeft de gevorderde bedragen deugdelijk onderbouwd en stelt terecht dat uit niets blijkt dat Cat Infra c.s. tijdig melding heeft gemaakt van deze schades. Cat Infra c.s. heeft haar stellingen op dit punt niet met stukken onderbouwd. De betwisting van Cat Infra c.s. ten aanzien van deze posten is onvoldoende. MDF heeft voor deze posten tot verrekening mogen overgaan van een totaalbedrag van
€ 4.684,16 . De vordering die hierop ziet wordt ook afgewezen. Ter zitting is erkend dat de onder g bedoelde schade door Cat Infra c.s. is veroorzaakt. De hoogte van de schade is onvoldoende gemotiveerd betwist. MDF heeft deze post mogen verrekenen
(€ 921,08), zodat de vordering die op deze post ziet wordt afgewezen.
Slotsom
4.22.
De rechtbank concludeert dat voor een bedrag van € 24.149,82 niet (voldoende is onderbouwd dat) terecht is verrekend. Dit bedrag moet MDF aan Cat Infra c.s. betalen. De gevorderde wettelijke handelsrente is niet betwist door MDF en is toewijsbaar. MDF is de wettelijke handelsrente over de door Cat Infra c.s. verzonden facturen verschuldigd, telkens vanaf de vervaldata van de onderliggende facturen (die zijn overgelegd als productie 7 bij conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie).
Meerwerk
4.23.
Daarnaast vordert Cat Infra c.s. meerwerk voor een bedrag van € 9.736,-. MDF betwist dat meerwerk is overeengekomen.
4.24.
In artikel 7:755 BW Pro is bepaald dat de aannemer slechts een prijsverhoging kan vorderen wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een uit meerwerk voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Ratio van deze bepaling is dat de opdrachtgever de gelegenheid krijgt te beslissen of hij het meerwerk ondanks de prijsverhoging wil laten uitvoeren. Cat Infra c.s. heeft niet gesteld dat MDF is gewezen op meerwerk en de daarmee samenhangende prijsverhoging. Cat Infra c.s. heeft haar vordering onderbouwd met grotendeels onvertaalde whatsappberichten (productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie), waaruit de rechtbank niet kan afleiden dat meerwerk zou zijn overeengekomen. Datzelfde geldt voor de producties 4, 5 en 6. De in verband met gesteld meerwerk gevorderde kosten komen daarom niet voor toewijzing in aanmerking.
In conventie en in reconventie
Proceskosten
4.25.
Nu een gering deel van de vordering in conventie wordt toegewezen, zal MDF als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten in conventie aan de zijde van Cat Infra c.s. worden begroot op
€ 5.764,- (wegens € 2.995,- aan griffierecht, € 2.580,- aan advocaatkosten, gebaseerd op
2 punten van het liquidatietarief IV van € 1.290,- per punt en € 189,- aan nakosten, eventueel te vermeerderen met de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
4.26.
De (na)kosten in reconventie komen ook voor rekening van MDF, als de in reconventie grotendeels in het ongelijk gestelde partij. De kosten in reconventie worden tot op heden aan de zijde van Cat Infra c.s. begroot op € 1.479,- (€ 1.290,- aan salaris advocaat, gebaseerd op een punt van het liquidatietarief IV en € 189,- aan nakosten, eventueel te vermeerderen met de verhoging zoals vermeld in de beslissing).

5.De beslissing

De rechtbank:
in conventie
5.1.
veroordeelt Cat Infra c.s. om aan MDF te betalen een bedrag van € 6.205,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 5.205,57 vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen en over € 1.000 vanaf 11 september 2025 (de dag van dagvaarding), tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt MDF in de proceskosten van € 5.764,-, te vermeerderen met € 98,- plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
5.5.
veroordeelt MDF om aan Cat Infra c.s. te betalen een bedrag van € 24.149,82, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling;
5.6.
veroordeelt MDF in de proceskosten van € 1.479,-, te vermeerderen met € 98,- plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. de Keuning en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
2163/3224

Voetnoten

1.Kabels en Leidingen Informatie Centrum