Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11469

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
SGR 25/2571
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.14 Wsf 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing studiefinanciering voor buitenlandse opleiding wegens gebrek aan overheidsaccreditatie

Eiseres heeft studiefinanciering aangevraagd voor een opleiding in België, de European Bachelor of Management in Hospitality and Tourism aan Vatel Hotel and Tourism Business School. Verweerder wees de aanvraag af omdat de opleiding niet vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding die recht geeft op studiefinanciering. Dit oordeel baseerde verweerder op adviezen van de Nuffic, die stelde dat de opleiding niet leidt tot een nationaal erkend diploma en slechts op verzoek in het Franse RNCP-register is opgenomen zonder evaluatie van de onderwijskwaliteit.

Eiseres voerde aan dat de opleiding erkend is door de Franse staat en niveau 6 van het European Qualifications Framework heeft, en overhandigde een e-mail ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat dit niet voldoende bewijs is dat de opleiding leidt tot een nationaal erkend diploma, mede omdat opleidingen die dat wel doen expliciet als zodanig in het RNCP zijn geregistreerd en vindbaar zijn onder het juiste zoekfilter, wat bij deze opleiding ontbreekt.

De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht op het Nuffic-advies mocht vertrouwen, dat zorgvuldig en inzichtelijk was opgesteld. De goede reputatie van de opleiding in internationale ranglijsten doet niet af aan het ontbreken van overheidsaccreditatie. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiseres geen studiefinanciering, geen terugbetaling van griffierecht en geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van studiefinanciering wordt ongegrond verklaard omdat de opleiding niet leidt tot een nationaal erkend diploma.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/2571

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: P.G. Tielens),
en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

(gemachtigde: mr. M. Remmelts).

Procesverloop

1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor studiefinanciering. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 17 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.1.
Eiseres heeft op 7 april 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en gronden naar voren gebracht.
1.2.
Op 17 mei 2025 heeft eiseres een aanvullend stuk ingediend.
1.3.
Verweerder heeft op 19 juni 2025 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
Op 23 november 2025 heeft eiseres gereageerd op het verweerschrift en aanvullende stukken ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder een nader advies gevraagd aan de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs, de Nuffic. De Nuffic heeft op 15 januari 2026 advies uitgebracht. Dit is op 16 januari 2026 met de rechtbank gedeeld.
1.5.
Op 9 maart 2026 heeft eiseres op het nader advies gereageerd.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en via een beeldverbinding de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?
2. Eiseres heeft studiefinanciering aangevraagd voor het met ingang van 1 december 2024 volgen van de opleiding European Bachelor of Management in Hospitality and Tourism in België. Het te behalen diploma is onder de naam
Responsable en management opérationnel en hôtellerie internationaleaan Vatel Hotel and Tourism Business School, een Franse onderwijsinstelling met een campus in België, geregistreerd in het
Répertoire national des certifications professionnelles(RNCP).
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat de opleiding niet voldoet aan de voorwaarde van vergelijkbaarheid met een Nederlandse opleiding waarvoor recht op studiefinanciering geldt. Verweerder heeft zich daarbij gebaseerd op de adviezen van de Nuffic. Uit die adviezen blijkt dat eiseres met haar opleiding geen nationaal erkend diploma kan halen.
Wat voert eiseres aan?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert aan dat haar opleiding wel wordt erkend door de Franse staat. Eiseres heeft op 17 mei 2025 een e-mail van de
Direction de la certification professionnelle de France compétencesovergelegd. Hieruit blijkt dat de opleiding een titel oplevert die erkend is. Daarnaast heeft de opleiding niveau 6 van het European Qualifications Framework (EQF). Opleidingen die met dit niveau zijn geregistreerd in de RNCP leiden tot een nationaal erkend diploma,
de license professionnelle. Dat volgt uit het besluit van 6 december 2019 van de Franse minister van Onderwijs. Verder staat de opleiding goed aangeschreven. In de ranglijst van QS World University Rankings for Hospitality and Leasure Management 2025 staat Vatel op 11.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Het beroep van eiseres is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen die oordeel heeft.
6. Ingevolge artikel 2.14, derde lid, aanhef en onder a van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) is voor recht op studiefinanciering voor een opleiding in het buitenland onder meer vereist dat in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt. Op grond van artikel 2.14, vierde lid, van de Wsf 2000, stelt Onze Minister vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het derde lid. De Memorie van Toelichting [1] bij artikel 2.14 van de Wsf 2000 geeft aan dat de Minister gebruik zal maken van het oordeel van de Nuffic voor wat betreft de vaststelling van de kwaliteit en het niveau van de buitenlandse opleidingen. De Nuffic is aangewezen als expertisecentrum wat betreft de vergelijking van buitenlandse hoger-onderwijsopleidingen met hoger-onderwijsopleidingen in Nederland. De Nuffic heeft algemene waarderingscriteria opgesteld aan de hand waarvan getoetst wordt of een buitenlandse opleiding recht geeft op studiefinanciering. Ingevolge deze criteria wordt in eerste instantie bekeken of de buitenlandse opleiding officieel erkend is in het desbetreffende land, de zogeheten eis van accreditatie. Is daarvan sprake dan wordt vervolgens aan de hand van nader omschreven kenmerken bepaald of een buitenlandse opleiding op één lijn is te stellen met een Nederlandse WO of HBO opleiding. [2] Bij de toets of sprake is van een geaccrediteerde opleiding in het hoger onderwijs, is in dit geval van belang of in Frankrijk sprake is van een systeem van erkenning van overheidswege. Is dit het geval, dan mag het onderzoek van de Nuffic beperkt blijven tot het beantwoorden van de vraag of de opleiding van overheidswege geaccrediteerd is.
6.1.
Uit de adviezen van de Nuffic volgt dat de opleiding van eiseres niet tot een nationaal erkend diploma leidt, waardoor niet aan de eis van accreditatie wordt voldaan. In de adviezen staat dat opleidingen die tot een nationaal erkend diploma leiden automatisch in het RNCP worden opgenomen. Andere opleidingen, die niet leiden tot een nationaal erkend diploma, kunnen een aanvraag tot opname in het register indienen. Bij een opname op verzoek maakt een evaluatie van het onderwijs geen deel uit van het registratieproces. Hierdoor kan de kwaliteit van het onderwijs niet gegarandeerd worden. De opleiding van eiseres is op verzoek van het opleidingsinstituut in het RNCP geregistreerd. Het te behalen diploma is volgens het advies dus geen door het Franse Ministerie van Onderwijs erkend diploma. In het nader advies staat dat de graad van
license professionelleeen erkende academische graad is binnen het Franse onderwijssysteem, maar dat de Nuffic geen informatie heeft ontvangen of gevonden die vastlegt dat het te behalen diploma van eiseres een
license professionnelleis.
6.2.
Verweerder mag in beginsel op het advies van de Nuffic afgaan, nadat hij is nagegaan of het advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder niet van het advies en het nadere advies van de Nuffic heeft kunnen uitgaan. De adviezen zijn naar het oordeel van de rechtbank adequaat en voldoende inzichtelijk. Niet is gebleken dat deze onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. Eiseres voert aan dat uit het besluit van 6 december 2019 volgt dat opleidingen die leiden tot een
license professionellein het RNCP worden opgenomen met EQF-niveau 6, maar hieruit volgt niet het omgekeerde, namelijk dat alle opleidingen die in het RNCP zijn opgenomen met EQF-niveau 6 leiden tot een
license professionelle. Eiseres heeft geen documenten ingebracht waaruit blijkt dat haar opleiding als zodanig leidt tot deze graad. Daar komt bij dat de rechtbank heeft gezien dat opleidingen die leiden tot een
license professionnelleook uitdrukkelijk als zodanig staan geregistreerd in het RNCP, zowel in de titel van de opleiding als in het zoekfilter. Bij de opleiding van eiseres wordt geen
license professionnellein de titel vermeld en de opleiding is niet vindbaar onder het desbetreffende zoekfilter. Ook de e-mail van 17 mei 2025 leidt niet tot een ander oordeel. Op de zitting heeft verweerder bevestigd dat Nuffic de e-mail heeft meegenomen in haar nadere advies. De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Verweerder mocht de adviezen van de Nuffic gelet op het voorgaande aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen.
7. De rechtbank ziet dat de opleiding van eiseres goed staat aangeschreven in de QS World University Rankings, maar omdat de opleiding van eiseres niet voldoet aan de eis van overheidsaccreditatie wordt aan de vergelijkbaarheidstoets niet meer toegekomen.
8. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres gelet op het voorgaande terecht afgewezen, omdat niet voldaan wordt aan de eis dat in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Kock-Molendijk, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Kamerstukken II 2006/2007, nr. 30 933, nr. 3, p. 7-10 en 25.
2.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2301.