ECLI:NL:RBDHA:2026:11506
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 17 juli 2025, waarin haar beroep tegen een besluit van 18 december 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. De rechtbank heeft het verzet op 20 april 2026 behandeld en beoordeelt of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was.
Opposante stelde dat zij de nota voor het griffierecht niet had ontvangen omdat deze per aangetekende post was verzonden en zij geen afhaalbericht had ontvangen. Wel ontving zij een betalingsherinnering per gewone post, maar toen was de betalingstermijn al verstreken. Tevens voerde zij aan dat zij in een andere procedure griffierecht had betaald en verzocht om voeging van de zaken, zodat zij slechts éénmaal griffierecht hoefde te betalen.
De rechtbank oordeelt dat opposante geen formeel verzoek tot voeging heeft gedaan in deze procedure en dat de mededeling in een brief aan de gemeente niet als zodanig kan worden aangemerkt. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de aangetekende brief niet op reguliere wijze is aangeboden. Bovendien zijn de zaken niet samenhangend, zodat in beide procedures griffierecht verschuldigd is. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet-betaling van griffierecht blijft in stand.