ECLI:NL:RBDHA:2026:11530
Rechtbank Den Haag
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot opheffing uitreisverbod Iran en oplegging dwangsom
De vrouw vordert in kort geding dat de man alle noodzakelijke handelingen verricht om het door hem aan haar opgelegde uitreisverbod in Iran per direct op te heffen of te laten intrekken. De man is opgeroepen maar verschijnt niet, waarna verstek wordt verleend.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van Brussel I-bis-verordening, aangezien de man in Nederland woont. Het toepasselijke recht is Nederlands recht, omdat beide partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, ondanks het feit dat de vrouw door het uitreisverbod noodgedwongen in Iran verblijft.
De voorzieningenrechter veroordeelt de man om binnen zeven dagen na betekening alle noodzakelijke stappen te ondernemen, waaronder het doen van een schriftelijk verzoek bij de Iraanse ambassade in Nederland, om het uitreisverbod op te heffen. Tevens wordt een dwangsom van €500 per dag opgelegd, met een maximum van €25.000. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld om binnen zeven dagen alle noodzakelijke handelingen te verrichten om het uitreisverbod in Iran op te heffen, met oplegging van een dwangsom.