Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11572

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
C/09/687713 / FA RK 25-4905
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling zorgregeling en intrekking kinderalimentatie na overeenstemming ouders

De rechtbank Den Haag behandelde op 1 april 2026 een verzoek van de moeder tot vaststelling van een zorgregeling en kinderalimentatie voor hun minderjarige kind, geboren in 2013. De vader voerde verweer en deed tevens een zelfstandig verzoek tot zorgregeling.

Tijdens de procedure bereikten de ouders overeenstemming over de zorgregeling en trokken zij hun verzoeken over en weer in. De rechtbank besloot de gemaakte afspraken vast te leggen in een beschikking, omdat deze in het belang van het kind zijn.

De zorgregeling bepaalt dat het kind minimaal drie weken van de zomervakantie bij de vader verblijft, de kerstvakantie in goed overleg wordt verdeeld, en overige vakanties en bezoekmomenten eveneens in onderling overleg worden ingevuld. Het halen en brengen wordt gedeeld. De moeder trok haar verzoek tot kinderalimentatie in, zodat de rechtbank hierover geen beslissing hoefde te nemen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en zonder mondelinge behandeling afgehandeld vanwege de overeenstemming tussen partijen.

Uitkomst: De rechtbank stelt de zorgregeling vast conform de gemaakte afspraken en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad; het verzoek tot kinderalimentatie is ingetrokken.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4905
Zaaknummer: C/09/687713
Datum beschikking: 1 april 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 24 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. Kocabas-Güler te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland,
advocaat: mr. K. Moene te ’s-Gravenhage .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van de vader van 11 februari 2026, met bijlage;
  • het F9-formulier van de vader van 9 maart 2026, met bijlagen;
  • het F9-formulier van de moeder van 20 maart 2026;
  • het F9-formulier van de vader van 23 maart 2026, met bijlage.
  • het F9-formulier van de moeder van 23 maart 2026.
De [minderjarige] heeft schriftelijk haar mening gegeven over het verzoek.
De moeder heeft op 20 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Deze overeenstemming is op 23 maart 2026 door de vader bevestigd. De moeder heeft op 23 maart 2026 desgevraagd een verduidelijking van de door de ouders bereikte overeenstemming overgelegd. De rechtbank heeft daarin aanleiding gezien om de mondelinge behandeling op 25 maart 2026 niet door te laten gaan en de zaak schriftelijk af te doen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de moeder luidt:
- een zorgregeling te bepalen waarbij [minderjarige] verblijft bij de vader gedurende:
- in even jaren de voorjaarsvakantie;
- in even jaren de eerste week van de meivakantie en in oneven jaren de tweede week;
- in even jaren de eerste drie weken van de zomervakantie en in oneven jaren de laatste drie weken;
- in oneven jaren de herfstvakantie;
- in even jaren de eerste week van de kerstvakantie en in oneven jaren de tweede week;
- wekelijks gedurende een belmoment;
- waarbij de vader zorgdraagt voor het halen en brengen van [minderjarige] ;
- met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift de kinderalimentatie op € 393,- per maand te bepalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vader voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht:
- een zorgregeling te bepalen waarbij [minderjarige] verblijft bij de vader:
- zes weken van de (school)zomervakantie, waarvan maximaal twee dagen bij de grootouders moederszijde;
- anderhalve week van de (school)kerstvakantie;
- en voor het overige in goed onderling overleg door partijen in te vullen in het geval dat de vader naar Nederland komt of de moeder met [minderjarige] naar [land] gaat (ruim van tevoren melden, zodat afspraken gemaakt kunnen worden);
- waarbij het halen en brengen van [minderjarige] door partijen bij helfte wordt gedeeld.
Feiten
  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .
  • [minderjarige] verblijft bij de moeder.
  • De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Poolse nationaliteit. [minderjarige] heeft in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Inhoudelijke beoordeling
De ouders hebben in de loop van de procedure overeenstemming bereikt over de zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader en hun verzoeken over en weer ingetrokken. De ouders verzoeken nu de door hen gemaakte afspraak in de beschikking op te nemen. Omdat de rechtbank de gemaakte afspraken ook in het belang van [minderjarige] acht, zal zij zoals hierna in het dictum vermeld conform de overeenstemming beslissen.
De moeder heeft haar verzoek tot vaststelling van de kinderalimentatie eveneens ingetrokken, zodat de rechtbank daarover geen beslissing hoeft te nemen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ;
bij de vader zal zijn:
- ten minste drie weken van de (school)zomervakantie, waarbij het halen en brengen door de ouders wordt gedeeld;
- de dagen van de (school)kerstvakantie worden door de ouders in goed onderling overleg bij helfte verdeeld, waarbij de ouders ruim van tevoren, zo spoedig mogelijk na afloop van de zomervakantie, de concrete dagen invullen en waarbij het halen en brengen door de ouders wordt gedeeld;
- en voor het overige in goed onderling overleg door partijen in te vullen (inclusief halen en brengen), bijvoorbeeld in andere schoolvakanties, als de vader naar Nederland komt of als de moeder met [minderjarige] naar [land] gaat (dit melden ouders ruim van tevoren aan elkaar, zodat er tijdig afspraken gemaakt kunnen worden);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 april 2026.