Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11574

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
C/09/701444 / FA RK 26-2603
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vakantie met minderjarige kinderen naar het buitenland

Partijen zijn gehuwd geweest van 2012 tot 2025 en oefenen gezamenlijk gezag uit over twee minderjarige kinderen, die hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben. De moeder verzoekt op grond van artikel 1:253a BW vervangende toestemming om met de kinderen op vakantie te gaan naar het buitenland van 18 tot en met 26 april 2026.

De vader stemt in met het verzoek, mits hij gedurende de vakantie via videobelcontact contact kan onderhouden met de kinderen. Dit verzoek wordt door de moeder aanvaard. De rechtbank weegt het belang van de kinderen en constateert dat er geen bezwaar is tegen het verzoek.

De rechtbank besluit de moeder vervangende toestemming te verlenen voor de vakantie en bepaalt dat de vader videobelcontact heeft met de kinderen direct na aankomst, tussendoor een keer en vlak voor vertrek. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en verdere beslissingen over zorg- en opvoedingstaken worden aangehouden tot de eindbeschikking van 22 april 2026.

Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met de kinderen op vakantie te gaan, met videobelcontact voor de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2603
Zaaknummer: C/09/701444
Datum beschikking: 1 april 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 16 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.L. Schipper-Heikens in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Wigman in ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken;
  • het verweer tegen de zelfstandige verzoeken;
  • de gewijzigde verzoeken van de moeder van 27 maart 2026 inclusief bijlagen;
  • het F9-formulier van 31 maart 2026 van de zijde van de vader
Op 31 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2012 tot [datum 2] 2025.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht toestemming aan haar te verlenen, welke die van de vader vervangt, om van 18 april 2026 tot en met 26 april 2026 met de kinderen op vakantie te gaan naar [land], een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft ter zitting aangegeven in te stemmen met het verzoek mits hem door de moeder wordt toegestaan dat hij gedurende de vakantie videobelcontact met de kinderen kan hebben. De vader verzoekt, in het kader van de vakantie naar [land], te bepalen dat de vader videobelcontact met de kinderen heeft direct na aankomst, tussendoor een keer en vlak voor vertrek.

Beoordeling

Vervangende toestemming vliegvakantie [land]
Wettelijk kader
Artikel 1:253a, eerste lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt hierom een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt vervangende toestemming te verlenen om samen met de kinderen naar [land] te kunnen gaan van 18 april 2026 tot en met 26 april 2026. De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij bereid is om toestemming te verlenen voor de vakantie naar [land]. De vader heeft aangegeven dat hij het belangrijk vindt om contact te onderhouden met de kinderen gedurende deze vakantie. Daartoe heeft de vader verzocht om een videobelcontact met de kinderen na aankomst in [land], tussendoor een keer en vlak voor vertrek naar Nederland. De moeder heeft op de zitting ingestemd met dit verzoek. Nu het belang van de kinderen zich niet tegen het verzoek verzet, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] ;
van 18 april 2026 tot en met 26 april 2026 op vliegvakantie naar [land] te gaan;
*
bepaalt dat de vader videobelcontact met de kinderen heeft direct na aankomst in [land], tussendoor een keer en vlak voor vertrek uit [land];
*
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, vervangende toestemming vakantie Indonesië, vervangende toestemming BEM-clausule en de informatie- en consultatieregelingaan tot
de datum van de eindbeschikking, te weten 22 april 2026.
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 april 2026.