Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het primaire besluit betrof de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht, een terugkeerplicht en een inreisverbod.
De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld. De kern van de beoordeling betrof de betaling van het griffierecht, dat niet binnen de gestelde termijn door de rechtbank was ontvangen. Verzoekster heeft geen verschoonbare reden voor het verzuim gegeven.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het niet tijdig betalen van het griffierecht reden om het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. De griffier had verzoekster een aangetekende nota gestuurd met een betalingstermijn van twee weken, maar betaling bleef uit.
De rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.