Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verblijfsdoel 'Verblijf als familie- of gezinslid' voor zichzelf en haar minderjarige kinderen. Deze aanvraag is bij besluit van 4 juli 2025 afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 4 februari 2026 kennelijk ongegrond is verklaard. Eiseres stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Volgens artikel 8:41 van Pro de Awb moet griffierecht worden betaald bij het instellen van beroep. De griffier heeft eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen, eerst via een nota van 5 maart 2026 en daarna via een herinnering per aangetekende brief van 7 mei 2026.
Het griffierecht is echter niet binnen de gestelde termijnen betaald en eiseres heeft geen verschoonbare reden voor het verzuim gegeven. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.