ECLI:NL:RBDHA:2026:11671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens niet-geloofwaardige identiteit en late aanvraag
Eiser, een Turkse staatsburger van Koerdische en Alevitische afkomst, diende op 17 maart 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder wees deze aanvraag op 1 december 2025 af als kennelijk ongegrond, onder meer vanwege het ontbreken van geloofwaardige identificatiedocumenten en het late tijdstip van indiening.
Eiser voerde aan dat hij zijn documenten op advies van een smokkelaar had weggegooid en dat zijn beperkte capaciteiten onvoldoende werden meegewogen tijdens het gehoor. Ook stelde hij dat zijn uitingen op sociale media apart beoordeeld moesten worden en dat er sprake was van afhankelijkheid van familieleden in Nederland. De rechtbank oordeelde dat het weggooien van documenten niet verschoonbaar was, de identiteit niet geloofwaardig kon worden vastgesteld en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Turkse autoriteiten hem vanwege sociale media zouden vervolgen.
Verder werd geoordeeld dat eiser zijn asielaanvraag niet tijdig had ingediend en dat het vermijden van de Dublinprocedure geen verschoonbare reden vormde. De rechtbank vond dat verweerder terecht het terugkeerbesluit en het inreisverbod had opgelegd, aangezien er geen beschermenswaardig gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestond.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard.