Eiser, een Somalische asielzoeker afkomstig uit een minderheidsstam, vordert een verblijfsvergunning asiel. Hij stelt dat hij vanwege zijn relatie met een vrouw uit een meerderheidsstam en de daaruit voortvloeiende familieconflicten, alsmede discriminatie op grond van zijn stam, een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië.
De minister heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de relatie en de discriminatieclaims, mede gebaseerd op tegenstrijdigheden in het asielrelaas van eiser. De rechtbank bevestigt dat deze tegenstrijdigheden niet zijn betwist en acht de minister terecht tot afwijzing overgegaan.
Daarnaast heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij als lid van een minderheidsgroep of als westerse terugkeerder een verhoogd risico loopt. De landeninformatie en het ambtsbericht Somalië ondersteunen dit niet. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af.