Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11691

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
NL24.22893
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Somalië wegens onvoldoende aannemelijkheid reëel risico

Eiser, een Somalische asielzoeker afkomstig uit een minderheidsstam, vordert een verblijfsvergunning asiel. Hij stelt dat hij vanwege zijn relatie met een vrouw uit een meerderheidsstam en de daaruit voortvloeiende familieconflicten, alsmede discriminatie op grond van zijn stam, een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië.

De minister heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de relatie en de discriminatieclaims, mede gebaseerd op tegenstrijdigheden in het asielrelaas van eiser. De rechtbank bevestigt dat deze tegenstrijdigheden niet zijn betwist en acht de minister terecht tot afwijzing overgegaan.

Daarnaast heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij als lid van een minderheidsgroep of als westerse terugkeerder een verhoogd risico loopt. De landeninformatie en het ambtsbericht Somalië ondersteunen dit niet. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico bij terugkeer.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.22893
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. E. Arslan),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. M. van Boheemen).

Procesverloop

Eiser heeft op 6 januari 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 6 mei 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Mahed als tolk in de taal Somali en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Het asielrelaas
1. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is van Somalische nationaliteit en geboren op [geboortedag] 1999. Hij verklaart te behoren tot de minderheidsstam [naam]. Eind 2017 heeft eiser een relatie met een vrouw, [de persoon], van een meerderheidsstam gekregen. In 2018 is eiser bedreigd door de broer van [de persoon], omdat haar familie de relatie niet accepteerde vanwege zijn afkomst van de minderheidsstam. [de persoon] is op een gegeven moment zwanger geraakt van eiser. Vervolgens heeft een andere broer van [de persoon] eiser indirect bedreigd. Eisers vader heeft gepoogd om de relatie acceptabel te maken voor beide families, maar de familie van [de persoon] accepteerde dit niet. Later is eisers vader benaderd door een van de broers van [de persoon]. Eisers vader is na een ruzie neergeschoten. Hij is overleden in het ziekenhuis, waarna eiser het land is ontvlucht. Op grond van zijn stamafkomst heeft eiser ook discriminatie ervaren in Somalië. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser te worden gedood door de familie van [de persoon].
Het bestreden besluit
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • relatie met [de persoon] en de problemen met haar familie als gevolg hiervan; en
  • discriminatie als gevolg van de [naam]-etniciteit.
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. De relatie met [de persoon] en de problemenhierdoor worden niet geloofwaardig geacht. Ook de gestelde discriminatie als gevolg van het behoren tot de [naam]-etniciteit zijn niet geloofwaardig. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.
Beoordeling van het beroep
Relatie met [de persoon]
3. Eiser voert aan dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader bij de beoordeling. Hij is afkomstig van een minderheidsgroep [naam], had geen werk en is laaggeschoold. Eiser heeft binnen zijn referentiekader voldoende verklaard over zijn relatie met [de persoon] en over het geheime aspect van die relatie.
3.1.
De minister heeft aan eiser een aantal tegenstrijdigheden in zijn asielrelaas tegengeworpen. Zo is tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over de invulling die hij gaf aan zijn relatie met [de persoon]. Eiser heeft namelijk verschillend verklaard over de manier waarop zij contact met elkaar hadden en hoe de relatie is ontstaan. Ook heeft eiser wisselend verklaard over wanneer hij aan zijn vader heeft verteld over de relatie met [de persoon] en haar zwangerschap en wanneer zijn vader een toenaderingspoging heeft gedaan tot haar familie. Over het moment waarop [de persoon] zwanger is geworden en wanneer haar familie daarachter kwam, heeft eiser ook tegenstrijdig verklaard. Eiser heeft tot slot tegenstrijdig verklaard over het al dan niet realiseren wat de gevolgen van de relatie met [de persoon] zouden kunnen betekenen voor hem, omdat hij van een minderheidsstam afkomstig is. De rechtbank stelt vast dat de genoemde tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser, zoals ook nog ter zitting is bevestigd, niet door hem zijn betwist.
3.2.
De minister heeft voldoende kenbaar gemotiveerd hoe er rekening is gehouden met het referentiekader van eiser in de beoordeling. Eiser heeft verder niet geconcretiseerd waarom hij vanwege zijn referentiekader tegenstrijdig heeft verklaard. De rechtbank stelt voorts vast dat eiser de tegenstrijdigheden als zodanig niet heeft betwist. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de hand van de genoemde tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser, de minister de relatie met [de persoon] en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig heeft kunnen achten. De verklaringen van eiser over het geheime aspect van zijn relatie, doen daar niet aan af. De beroepsgrond slaagt niet.
Terugkeer naar Somalië
4. Eiser voert ook aan dat hij bij een terugkeer naar Mogadishu te vrezen heeft voor geweld. Hij behoort namelijk tot een minderheidsgroep de [naam], die niet beschermd wordt en hij is een westerse terugkeerder. Eiser wijst hiertoe naar het Ambtsbericht Somalië van april 2025 [1] en het rapport van de EUAA [2] .
4.1.
De rechtbank overweegt dat niet ter discussie staat dat voor Mogadishu een relatief lager niveau van willekeurig geweld is aangenomen. [3] De rechtbank toetst of sprake is van individuele omstandigheden waardoor eiser niet naar Mogadishu kan terugkeren.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er individuele omstandigheden zijn waardoor hij een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Somalië. Uit de landeninformatie waar eiser naar verwijst, blijkt niet dat het behoren tot de [naam] leidt tot een hoger risico voor eiser bij terugkeer. Eiser heeft ook niet onderbouwd dat hij geen netwerk zou hebben bij terugkeer of dat hij geen banden met zijn stam meer heeft. Dit strookt ook niet met eisers verklaringen over zijn netwerk en de verschillende gebieden waar zijn stam leeft. [4] Verder blijkt niet uit de landeninformatie dat eiser, doordat hij terugkeert uit een westers land, een verhoogd risico loopt. In het Ambtsbericht Somalië van april 2025 [5] staat dat als personen voor een langere periode in westerse landen hebben gewoond, zij herkenbaar kunnen zijn omdat zij bijvoorbeeld een andere manier van kleden hebben aangenomen en dat zij daardoor moeite kunnen hebben met het integreren in de samenleving. Ook staat daar dat als personen gedwongen waren teruggekeerd, men dat interpreteert als een gevolg van wangedrag (bijvoorbeeld door alcohol- of drugsgebruik of homoseksualiteit) en dat gevolgen heeft voor de mate waarover de stam zich over iemand ontfermt en voor het vinden van werk. Daargelaten of sprake is van een gedwongen terugkeer, heeft eiser met die informatie onvoldoende geïndividualiseerd dat hij door die omstandigheid een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De beroepsgrond slaagt dan ook niet.

Conclusie en gevolgen

5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen gelijk. Gelet op het voorgaande heeft de minister niet ten onrechte de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op pagina 117.
2.Het Country Guidance rapport over Somalië van 2025.
3.Zoals de minister ook heeft bepaald in hoofdstuk C7/30.4.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (C).
4.Bijvoorbeeld op pagina 11, 12 en 14 van het nader gehoor.
5.Op pagina 117.