Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11702

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
14 mei 2026
Zaaknummer
C/09/702440 / FA RK 26-3166
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 824 RvArt. 822 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voorlopige voorziening uitsluitend gebruik echtelijke woning wegens medische omstandigheden

Partijen zijn gehuwd sinds 2019 en er waren reeds voorlopige voorzieningen getroffen op 30 juni 2025, waaronder partneralimentatie en het gezamenlijk gebruik van de echtelijke woning. De man verzocht om wijziging van deze voorzieningen, met name het uitsluitend gebruik van de woning aan hem toe te wijzen, vanwege zijn recente neusamputatie en behandeling voor slokdarmkanker.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden zoals bedoeld in artikel 824, tweede lid, Rv, mede gelet op de medische situatie van de man en de escalatie tussen partijen. De belangen van de man en vrouw worden tegen elkaar afgewogen, waarbij het belang van de man zwaarder weegt vanwege zijn kwetsbare gezondheid en noodzaak tot rust.

De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af en kent het uitsluitend gebruik van de woning toe aan de man met ingang van 1 mei 2026. De vrouw moet de woning verlaten en mag deze niet betreden. Het verzoek om de beschikking met behulp van politie ten uitvoer te leggen wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De beslissing over de voorlopige partneralimentatie wordt aangehouden tot 28 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank kent het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe aan de man vanwege zijn medische situatie, met vertrek van de vrouw per 1 mei 2026.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3166
Zaaknummer: C/09/702440
Datum beschikking: 13 april 2026

Wijziging voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 20 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.L. Neuteboom-van Asselt te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.P. Lagerweij te Delft.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 24 april 2025 van de advocaat van de man, met bijlage;
- het op 2 mei 2025 door de advocaat van de man ingediende betekeningsexploot;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 2 september 2025 van de advocaat van de man;
- het F9-formulier van 18 maart 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 20 maart 2026 van de advocaat van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 23 maart 2026 van de advocaat van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van 24 maart 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlage;
- het F9-formulier van 30 maart 2026 van de advocaat van de man.
Op 30 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Het betrof een gecombineerde behandeling van onderhavige procedure en de bodemprocedure met zaak- en rekestnummers C/09/683913 / FA RK 25-2960 en C/09/690848 / FA RK 25-6572. In de bodemprocedure wordt bij afzonderlijke beschikking beslist. Op de zitting van 30 maart 2026 zijn verschenen:
- de advocaat van de man,
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
De man is niet persoonlijk op de zitting verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn advocaat.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2019 te [plaats] .
- Deze rechtbank heeft op 30 juni 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, waarbij, voor zover hier van belang:
- is bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van 30 juni 2025 voorlopig een partneralimentatie van € 261,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- de verzoeken van beide partijen tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres] afgewezen.

Verzoek en verweer

De man heeft verzocht voor de duur van de procedure de volgende voorlopige voorzieningen vast te stellen:
- te bepalen dat de man bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke huurwoning met de daarbij behorende inboedelgoederen, met bevel dat de vrouw de woning niet verder mag betreden en met machtiging aan de man deze beschikking zo nodig zelf ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, waarbij de vrouw de echtelijke huurwoning dient te verlaten binnen een week na het wijzen van de beschikking;
- de voorlopige door de man te betalen partneralimentatie vanaf december 2025 vast te stellen op nihil;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vrouw heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw zelfstandig verzocht:
- te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke huurwoning;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en voor de duur van het geding.
De man heeft mondeling verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 824, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking inhoudende voorlopige voorzieningen worden gewijzigd of ingetrokken indien de omstandigheden na het geven van de beschikking zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige
voorzieningen niet in stand kan blijven.
De rechtbank stelt voorop dat niet bij elke onjuistheid of onvolledigheid wijziging van de voorziening mogelijk is. Met het opnemen van de zinsnede ‘in zodanige mate’ en ‘alle betrokken belangen in aanmerking nemend’ in artikel 824, tweede lid, Rv heeft de wetgever tot uitdrukking gebracht dat niet iedere onjuistheid of onvolledigheid van gegevens waarvan de rechtbank is uitgegaan tot een wijziging of intrekking kan leiden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het moet gaan om evidente, zeer sprekende gevallen en dat de wetgever een eventuele wijzigingsmogelijkheid aan een streng criterium heeft willen binden. Zou dit anders zijn, dan zou een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen kunnen worden gebruikt om een verzuim te herstellen of zou een verkapt hoger beroep mogelijk zijn.
De man heeft gesteld dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden, omdat bij de man recent neuskanker en slokdarmkanker zijn geconstateerd. Op 27 maart 2026 is de man aan zijn neus geopereerd. Ook heeft de man aangevoerd dat er op 1 september 2025 een incident heeft plaatsgevonden, waarbij de man door de politie is aangehouden op verdenking van het hebben van een vuurwapen. Hierna is de situatie tussen de vrouw en de dochter van de man zodanig geëscaleerd dat de dochter van de man en haar beide zoons op aanraden van de politie en andere hulpverleningsinstanties naar een hotel zijn gebracht. Hier verblijven zij nog steeds.
De vrouw heeft niet betwist dat sprake is van een wijziging van omstandigheden.
De rechtbank is van oordeel dat er met het voorgaande sprake is van een wijziging als bedoeld in artikel 824, tweede lid, Rv en zal partijen daarom ontvangen in hun verzoeken.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke (huur)woning. Hij beroept zich daarbij niet alleen op zijn eigen medische situatie, maar ook op de situatie van zijn dochter (en haar twee minderjarige kinderen) die vanwege haar eigen scheiding geen woning meer heeft. Zij loopt daardoor het risico dat zij in de daklozenopvang terecht komt en haar zoons uit huis worden geplaatst.
De vrouw heeft eveneens verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke (huur) woning. Zij heeft gesteld dat ook zij zich in een kwetsbare positie bevindt omdat zij op dit moment geen inkomen uit arbeid heeft waardoor zij geen mogelijkheden heeft om andere woonruimte te krijgen, terwijl de man wel inkomen (pensioen) heeft en dus ruimere mogelijkheden om een andere huurwoning te krijgen. Zij kan naar eigen zeggen niet bij een van haar zoons intrekken. Toewijzing van het uitsluitend gebruik zou daarom voor haar betekenen dat zij naar de daklozenopvang zou moeten gaan.
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat zij bij haar beslissing de belangen van de dochter van de man (en haar kinderen) niet meeweegt. De dochter van de man heeft geen eigen of zelfstandig recht op het gebruik van de woning.
Het gaat dus om een afweging van de belangen van de man en de vrouw. De rechtbank ziet zich voor een keuze tussen drie kwaden gesteld. Als de man de woning dient te verlaten, dan zal hij, in zijn kwetsbare medische situatie – een andere woning moeten zoeken. Als de vrouw de woning moet verlaten, dan zal het voor haar extra moeilijk zijn om in de huidige gespannen woningmarkt een woning te vinden nu zij op dit moment geen inkomen uit arbeid heeft. De derde optie is dat partijen vooralsnog gezamenlijk in de woning blijven.
Het is de rechtbank op de zitting duidelijk geworden dat het voor beide partijen geen optie is om voorlopig nog samen in de woning te verblijven. Er is sprake geweest van ernstige escalaties tussen beiden en zij zijn allebei toe aan rust. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de belangen van de man en de vrouw tegenover elkaar moeten worden afgewogen, en dat daarbij één van partijen de woning op korte termijn zal moeten verlaten.
Beide partijen hebben valide argumenten naar voren gebracht waarom het in zijn/haar belang is dat het uitsluitend gebruik van de woning aan hem/haar wordt toegewezen. Deze belangen tegen elkaar afwegend is de rechtbank van oordeel dat het belang van de man zwaarder moet wegen dan het belang van de vrouw. Op de zitting heeft de advocaat van de man verklaard dat de man drie dagen daarvoor, op 27 maart 2026, een neusamputatie heeft moeten ondergaan, en dat hij hierna nog zal worden behandeld voor slokdarmkanker. Deze medische situatie is voor de rechtbank doorslaggevend. Van de man kan niet verlangd worden dat hij – terwijl hij nog herstellende is van deze ingrijpende operatie en ook nog de nodige behandelingen zal moeten ondergaan – op zoek gaat naar een andere woning. In deze toestand is rust in de thuissituatie voor de man noodzakelijk.
Tegelijkertijd wil de rechtbank niet voorbijgaan aan het belang van de vrouw om wel enige tijd te hebben om een alternatieve verblijfplaats te vinden. In dit kader neemt de rechtbank mee, zoals op de zitting is gebleken, dat de man vanwege zijn operatie in ieder geval nog tot eind van week 14 in het ziekenhuis zou blijven. Het is niet onredelijk om te verwachten dat er voor een korte periode daarna voor de man een tijdelijke (zorg)plek wordt gevonden, bijvoorbeeld in de vorm van een zorghotel. Mogelijk zal de man hiervoor kosten moeten maken. De rechtbank is echter van oordeel dat dit voor een korte periode van de man kan worden gevergd, nu hij daarna het uitsluitend gebruik van de woning krijgt toegewezen.
Al het voorgaande in ogenschouw nemend zal de rechtbank bepalen dat vanaf 1 mei 2026 het uitsluitend gebruik van de woning aan de man wordt toegewezen. Op 1 mei 2026 zal vrouw de woning dus moeten verlaten. Het verzoek van de vrouw zal worden afgewezen.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij toegewezen.
Verder zal de rechtbank het verzoek van de man om de beschikking ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm van de politie en justitie bij gebrek aan belang afwijzen. Uit de toelichting op de tekst van artikel 822, eerste lid, aanhef en onder a, Rv volgt dat het te geven bevel zelf al de titel verschaft om tot ontruiming van de echtelijke woning met behulp van de sterke arm over te gaan. De verzochte machtiging is daarvoor niet noodzakelijk.
Partneralimentatie
De rechtbank zal bij beschikking d.d. 28 april 2026 beslissen over de (voorlopige) partneralimentatie.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 30 juni 2025 van deze rechtbank –:
bepaalt dat de man
vanaf 1 mei 2026bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning
vanaf 1 mei 2026dient te verlaten en verder niet mag betreden;
wijst af het meer of anders verzochte ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning;
houdt de beslissing over de voorlopige partneralimentatie aan tot 28 april 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 april 2026.