Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11829

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
C/09/698875 / FA RK 26-1066
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming vervangende verhuizing minderjarige kinderen na echtscheiding

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om vervangende toestemming te verkrijgen voor de verhuizing van drie minderjarige kinderen naar een andere gemeente, nadat de ouders waren gescheiden en gezamenlijk gezag uitoefenden. De moeder verzette zich tegen de verhuizing en verzocht zelf om vervangende toestemming voor een verhuizing binnen de huidige woonplaats.

De rechtbank nam kennis van de standpunten van beide ouders, de Raad voor de Kinderbescherming en de wensen van de kinderen zelf. De vader wilde verhuizen vanwege werk van zijn partner en persoonlijke redenen, terwijl de moeder benadrukte het belang van stabiliteit en het sociale netwerk van de kinderen in de huidige woonplaats.

Na afweging van alle belangen, waaronder de leeftijd en wensen van de kinderen, oordeelde de rechtbank dat één kind (de oudste) mocht verhuizen naar de nieuwe woonplaats van de vader, terwijl de andere twee kinderen bij de moeder in de huidige woonplaats moesten blijven. De rechtbank stelde tevens zorgregelingen vast om het contact tussen ouders en kinderen te waarborgen.

De verzoeken tot raadsonderzoek en benoeming van een bijzonder curator werden afgewezen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen. De beslissing werd toegelicht in een kindbrief aan de minderjarigen.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor verhuizing van de oudste dochter naar de nieuwe woonplaats van de vader en wijst de verhuizing van de jongere kinderen af, met vaststelling van zorgregelingen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1066
Zaaknummer: C/09/698875
Datum beschikking: 14 april 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 3 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.J. Avis te Hoofddorp.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van 3 februari 2026;
  • het F9-bericht van 15 februari 2026, ingediend namens de vader, met bijlagen;
  • het F9-bericht van 15 februari 2026, ingediend namens de vader, met bijlage;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken van 16 februari 2026;
  • het F9-bericht van 10 maart 2026, ingediend namens de moeder, met bijlage;
  • het F9-bericht van 16 maart 2026, ingediend namens de moeder, met bijlage.
De minderjarigen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hebben zich in raadkamer uitgelaten over de verzoeken.
Op 17 maart 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • S. Zoutendijk namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

- Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2003 tot [datum 2] 2022.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] (hierna: [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats 1] .
- Zij zijn de ouders van het volgende jong-meerderjarige kind:
- [jong-meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 4] 2005 te [geboorteplaats 2] .
- De kinderen wonen bij de vader.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 23 maart 2022 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is de inhoud van het door de ouders ondertekende convenant, tevens houdende een ouderschapsplan, opgenomen.
- In het ouderschapsplan zijn de ouders een co-ouderschap overeengekomen, waarbij de kinderen de ene week bij de moeder zullen zijn en de andere week bij de vader, met vrijdag als wisselmoment.

Verzoek en verweer

De vader heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
- de vader toestemming te geven, die de toestemming van de moeder vervangt, om met de minderjarige kinderen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] naar de gemeente [plaats 1] te verhuizen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht:
  • een bijzonder curator te benoemen voor de minderjarige kinderen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] ;
  • dat de Raad voor de Kinderbescherming verzocht wordt om onderzoek te doen en de rechtbank van advies te voorzien;
  • kosten rechtens.
Tijdens de zitting heeft de moeder haar verzoek aangevuld. Voor het geval het verzoek van de vader wordt afgewezen en de vader weigert toestemming te geven dat de kinderen binnen [plaats 2] van de voormalige echtelijke woning naar de nieuwe woning van de moeder verhuizen, verzoekt de moeder vervangende toestemming voor een verhuizing van de kinderen met hun moeder naar de huurwoning van de moeder.

Beoordeling

Vervangende toestemming verhuizing
Standpunt vader
De vader wil met [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] van [plaats 2] naar [plaats 1] verhuizen en verzoekt daarvoor vervangende toestemming van de rechtbank.
Na de echtscheiding hebben de ouders een ouderschapsplan opgesteld. In de praktijk is de verdeling van de zorg over de kinderen echter anders en wonen de kinderen grotendeels bij de vader. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bepalen zelf wanneer zij bij de moeder willen verblijven. Volgens de vader vindt [de minderjarige 3] het belangrijk om met beide ouders contact te hebben.
De vader heeft samen met zijn nieuwe partner een huis gekocht in [plaats 1] . Omdat zijn partner vanwege haar werk gebonden is aan de regio [regio] , hebben zij daar in de buurt een huis gekocht. De vader is voor zijn werk niet gebonden aan [plaats 2] . Daarnaast voelt hij zich daar niet meer thuis. Bij zijn wens om te verhuizen heeft de vader de wensen en de belangen van de kinderen vooropgesteld en de kinderen betrokken bij de verhuizing. Hij heeft geprobeerd om met de moeder in gesprek te komen over de verhuizing, maar dat is niet gelukt vanwege de slechte communicatie tussen de ouders.
De vader heeft aangegeven dat hij het contact tussen de kinderen en de moeder zoveel mogelijk zal stimuleren en faciliteren. Volgens de vader blijft de verdeling van de zorg over de kinderen nagenoeg gelijk en brengt de verhuizing daar geen verandering in. Daarnaast zijn de kinderen in staat om zelfstandig te reizen en zijn zij gewend aan reizen met het openbaar vervoer.
Standpunt moeder
De moeder is het niet eens met de verhuizing naar [plaats 1] . Volgens de moeder is er geen noodzaak tot verhuizing en zijn er ook alternatieven mogelijk. De vader zou bijvoorbeeld ook in [plaats 2] kunnen samenwonen met zijn nieuwe partner en de nieuwe partner zou dan heen en weer kunnen reizen naar [regio] voor haar werk. Ook verhuizen naar een woning tussen [plaats 2] en [regio] was een optie geweest.
De moeder heeft aangegeven dat een verhuizing naar [plaats 1] zou betekenen dat het leven van de kinderen overhoop gehaald wordt. Het sociale leven van met name de twee jongste dochters, waaronder school, familie, hockey en kerk, speelt zich af in [plaats 2] en omgeving. Als de kinderen verhuizen naar [plaats 1] , verhuizen zij naar een onbekende woning en woonomgeving en komen zij in een groot samengesteld gezin terecht. De omgang tussen de moeder en de kinderen zal veranderen, omdat de kinderen dan ver weg van de moeder wonen. De moeder vindt co-ouderschap in het belang van de kinderen, de kinderen zijn hieraan gewend en zij hebben ook hun moeder nodig. Daarnaast is de moeder van mening dat de jongste twee dochters, gelet op hun leeftijd, nog niet zelf heen en weer kunnen reizen.
Tenslotte heeft de vader zijn voorgenomen verhuizing niet met de moeder willen bespreken. Pas na de ondertekening van het koopcontact heeft de vader de moeder bericht over de verhuizing.
De moeder heeft aangegeven dat zij tijdelijk en noodgedwongen bij haar ouders woonde. Inmiddels heeft zij vanaf april 2026 een eigen woning en kunnen de kinderen ook bij haar in [plaats 2] blijven wonen. De moeder verzoekt daarom vervangende toestemming voor een verhuizing van de kinderen naar haar huurwoning.
Standpunt Raad
Op de zitting heeft de Raad aangegeven dat een verhuizing veel veranderingen voor de kinderen met zich meebrengt. De verhuizing zou betekenen dat de kinderen in een samengesteld gezin terecht komen in een nieuwe woonplaats en minder contact zullen hebben met de moeder. De Raad begrijpt dat de situatie bij de moeder thuis niet altijd makkelijk is geweest voor de kinderen, omdat de moeder bij haar ouders woonde. Deze situatie zal echter veranderen nu de moeder een eigen woning in [plaats 2] heeft. Het leven van de kinderen speelt zich af in [plaats 2] en zij hebben de mogelijkheid om bij de moeder in [plaats 2] te blijven. De Raad adviseert daarom geen vervangende toestemming te verlenen voor de verhuizing en de kinderen bij voorkeur niet uit elkaar te halen.
Ook gelet op de signalen die de oudste dochters afgeven, namelijk dat zij psychische hulp zouden willen krijgen, vindt de Raad het belangrijk dat er niet te veel veranderingen plaatsvinden.
Juridisch kader
Als de ouders het niet eens worden over (de toestemming voor) een verhuizing, kan dit geschil op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voorgelegd aan de rechter. De rechtbank zal, met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5901), bij haar beoordeling alle omstandigheden van het geval in acht nemen en alle betrokken belangen afwegen. Hoewel het belang van de kinderen een overweging van eerste orde is, neemt dat niet weg dat – afhankelijk van de omstandigheden van het geval – andere belangen zwaarder kunnen wegen. De rechtbank zal alle belangen moeten afwegen. Dat zijn onder meer:
  • het recht en belang van de vader om te verhuizen en de vrijheid om zijn leven opnieuw in te richten;
  • de noodzaak om te verhuizen;
  • de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
  • alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de moeder te verzachten en/of te compenseren;
  • de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
  • de rechten van de kinderen en de moeder op onverminderd contact met elkaar;
  • de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
  • de leeftijd van de kinderen, hun mening en de mate waarin zij geworteld zijn in hun omgeving of juist gewend zijn aan verhuizingen;
  • de extra kosten van het contact na de verhuizing.
Een beoordeling betekent niet dat alle stappen moeten worden doorlopen; slechts die criteria die relevant zijn bij de beoordeling van in een voorliggende situatie aanwezige feiten en omstandigheden worden door de rechtbank in aanmerking genomen.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de gesprekken met de kinderen en uit dat wat door partijen naar voren is gebracht is het de rechtbank gebleken dat de kinderen de afgelopen jaren veel veranderingen hebben meegemaakt, die te maken hebben met de scheiding van de ouders. De oudste dochters hebben aangegeven dat zij psychische hulp krijgen of zouden willen krijgen. Een verhuizing naar [plaats 1] brengt opnieuw grote veranderingen met zich mee voor de kinderen. Als de kinderen met de vader naar [plaats 1] verhuizen, betekent dat dat zij vanwege de afstand veel minder kunnen verblijven bij de moeder. Een praktische consequentie van de verhuizing zou zijn dat de kinderen mogelijk slechts één keer in de drie weken een weekend bij de moeder zouden zijn. Daarnaast zullen zij vanwege de grote afstand tussen [plaats 1] en [plaats 2] niet meer naar hun huidige school, sport en kerk in [plaats 2] en omgeving kunnen. Tenslotte kunnen zij niet meer regelmatig met vrienden en familie afspreken. De rechtbank is, net als de Raad, van oordeel dat het op dit moment niet in het belang van de kinderen is dat er nog meer veranderingen plaatsvinden.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vader bij de onderbouwing van zijn verzoek onvoldoende acht geslagen op de criteria die uit de vaste jurisprudentie volgen. Met name de noodzaak van de verhuizing acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De rechtbank begrijpt de wens van de vader om zelf zijn leven in te vullen en samen met zijn nieuwe partner een nieuw leven op te bouwen, maar ziet onvoldoende noodzaak om de vader toestemming te geven om daartoe met de kinderen te verhuizen naar [plaats 1] . Ook is de verhuizing volgens de rechtbank onvoldoende (zorgvuldig) doordacht en voorbereid. Daarbij is met name van belang dat de vader de verhuizing zonder medeweten van de moeder heeft voorbereid: hij heeft buiten medeweten van de moeder een huis in [plaats 1] gekocht en de kinderen daarmee geconfronteerd.
De rechtbank heeft ook oog voor het belang van de moeder om het contact met de kinderen voort te zetten. Het belang van de kinderen bij een stabiele opvoedomgeving en goed en regelmatig contact met hun beide ouders acht de rechtbank in dit geval echter doorslaggevend. De kinderen hebben in het kindgesprek aangegeven met de vader mee te willen verhuizen. Aan die geuite wens gaat de rechtbank echter voorbij. Van de jongste, [de minderjarige 3] , die 11 jaar is, verwacht de rechtbank niet een afgewogen en beredeneerde wens. Zij heeft aangegeven dat ze het een leuk idee vindt, en gezellig. [de minderjarige 2] heeft aangegeven dat [plaats 1] een welkome nieuwe start zou zijn omdat ze in sociaal opzicht op school, en ook wel thuis, problemen ondervindt en – naar indruk van de rechtbank – zich onvoldoende gehoord en gezien voelt. De rechtbank is van oordeel dat dergelijke problemen niet worden opgelost door een verhuizing naar een (volledig) andere leefomgeving.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor de verhuizing ten aanzien van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] afwijzen. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor de verhuizing ten aanzien van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] toewijzen. Het spreekt in dat geval vanzelf dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hun hoofdverblijfplaats dan bij de moeder zullen hebben (en daar ook zullen worden ingeschreven).
Ten aanzien van [de minderjarige 1] oordeelt de rechtbank als volgt. Zoals de Raad ook op de zitting heeft aangegeven, acht de rechtbank het in beginsel niet in het belang van de kinderen om de kinderen uit elkaar te halen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het ook ten aanzien van [de minderjarige 1] belangrijk is dat er niet te veel veranderingen plaatsvinden. Uit de gesprekken met [de minderjarige 1] is het de rechtbank echter gebleken dat [de minderjarige 1] de gevolgen van de verhuizing goed heeft overdacht. Ondanks de afstand, de reistijd naar [plaats 2] en naar school en het feit dat ze haar moeder minder zal zien, geeft zij toch de voorkeur aan een verhuizing naar [plaats 1] . De rechtbank acht de mening van [de minderjarige 1] doorslaggevend, gelet op haar leeftijd, het feit dat ze al bij haar vader woont en het daar fijn vindt en weinig problemen heeft om haar moeder minder te zien. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor de verhuizing ten aanzien van [de minderjarige 1] toewijzen. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor de verhuizing ten aanzien van [de minderjarige 1] afwijzen. Hieruit volgt ook dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de man zal blijven (en zij daar – in [plaats 1] - zal worden ingeschreven).
Zorgregeling
Hoewel partijen geen verzoeken hebben gedaan omtrent de zorgregeling, vindt de rechtbank aanleiding in het voorgaande om een dergelijke regeling als voorwaarde op te leggen bij de te verlenen toestemmingen. De verblijfplaatsen van de kinderen gaan immers veranderen en door de afstand tussen [plaats 1] en [plaats 2] zijn nieuwe afspraken over zorg nodig. Omdat geen verzoeken ter zake zijn gedaan, is een en ander niet ter zitting besproken. Aangezien de verhuizing op korte termijn zal plaatsvinden, zou een aanhouding van de zaak problemen veroorzaken omdat – zoals de rechtbank is gebleken - partijen niet of slecht met elkaar communiceren. Het is dus in het belang van de stabiliteit voor de kinderen dat gelijk nu een zorgregeling wordt vastgesteld, waarbij dan met name ook rekening gehouden wordt met de belangen van de ouder waarbij het betreffende kind niet het hoofdverblijf krijgt.
Voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] geldt dat zij momenteel een weekregime hebben (week vader, week moeder). Als de vader naar [plaats 1] verhuist, zal hij praktisch gezien (in verband met school en andere activiteiten in combinatie met afstand) de kinderen alleen in de weekenden bij zich thuis kunnen ontvangen. Maar het is de rechtbank duidelijk dat de moeder ook weekend-tijd met de kinderen zal willen hebben. Aangezien echter [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] doordeweeks altijd bij de moeder zullen verblijven, acht de rechtbank een verdeling waarbij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] telkens 2 opeenvolgende weekenden bij de vader en vervolgens 1 weekend bij de moeder verblijven, passend. In geval [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] bezigheden in [plaats 2] in het weekend hebben, zal er geschoven kunnen worden, maar dat zal dan gecompenseerd moeten worden.
Voor [de minderjarige 1] geldt dat zij momenteel bij de vader in [plaats 2] verblijft. Na de verhuizing acht de rechtbank in haar eigen belang, dat van haar zusjes en dat van de moeder, dat zij iedere maand twee weekenden bij haar moeder in [plaats 2] doorbrengt als [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] daar ook verblijven.
Raadsonderzoek en benoeming bijzonder curator
De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid en de ontwikkeling van de kinderen niet in het geding zijn en ziet daarom geen aanleiding voor een raadsonderzoek en de benoeming van een bijzonder curator. Daarom zal de rechtbank de verzoeken van de moeder ten aanzien van een raadsonderzoek en de benoeming van een bijzonder curator afwijzen.
Proceskosten
Omdat het een familierechtelijke kwestie betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen de ouders te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Kindbrief
De kinderrechter zal [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] een brief te sturen om de beslissing van de rechtbank uit te leggen. Deze brief luidt als volgt:
“Beste [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] ,
Ik schrijf jullie omdat ik uitgebreid met jullie heb gesproken, en wil uitleggen wat ik heb beslist over de verhuizing naar [plaats 1] . Ik heb daar lang over nagedacht. En heb alle voors en tegens afgewogen, voor ieder van jullie afzonderlijk, en voor je ouders. Ik vind dan dat het voor jullie, [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , het beste is om in [plaats 2] te blijven bij jullie moeder in haar nieuwe huis. Voor jou, [de minderjarige 1] , vind ik op dit moment het beste dat jij met je vader verhuist naar [plaats 1] .
[de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , jullie zijn geboren en opgegroeid in [plaats 2] . Jullie hebben daar in de buurt je familie, vrienden, school, kerk en sport. Met de scheiding is voor jullie veel veranderd, en dat is soms moeilijk voor jullie en je ouders. Ik weet dat het met jullie moeder bij opa en oma thuis soms lastig was en dat jij, [de minderjarige 2] , het op school in [plaats 3] en thuis niet altijd makkelijk vindt. Dat je ook wel graag met iemand daar over zou willen praten. [de minderjarige 2] , ik vind dat er teveel in je leven verandert als jij nu zou verhuizen. Ik ben bang dat je dan vervreemd raakt van je omgeving en ook van je moeder. En dat een verhuizing naar [plaats 1] niet gaat oplossen dat je je in [plaats 2] of op school soms niet goed voelt. Kortom dat een verhuizing niet goed voor jou is.
[de minderjarige 3] , om dezelfde reden vind ik het ook voor jou en je moeder geen goed plan om naar [plaats 1] te verhuizen (ook niet na je basisschool). Het is volgens mij een te grote verandering in een toch al roerige tijd.
[de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , jullie hebben mij verteld dat jullie de verhuizing een goed idee vinden. [de minderjarige 2] voor een nieuwe start op een andere plek, en een andere school. [de minderjarige 3] , jij omdat je het gewoon leuk vond. Het gaat nu dus anders. Als jullie boos of verdrietig zijn over mijn beslissing, snap ik dat. Ik hoop dat jullie ergens in de toekomst zullen begrijpen waarom ik de beslissing toch zo heb genomen, en waarom [de minderjarige 1] wel mag verhuizen. Want dat leg ik nu uit.
[de minderjarige 1] , voor jou is het anders. Jij bent bijna 17 en je hebt duidelijk laten weten wat je wilt. Je vindt contact met je moeder op dit moment minder belangrijk. Je kan goed overweg met je vader. Je trekt naar mijn indruk je eigen plan. Je volgt een vakopleiding in Den Haag, en je hebt helemaal doordacht hoe het na de verhuizing eruit zou zien. Je hebt na het gesprek mij nog een mail gestuurd om je standpunt te verduidelijken. Dat maakt dat ik er vertrouwen in heb dat je een afgewogen keuze hebt gemaakt. Ik vertrouw daarmee op een goede afloop als jij bij je vader in [plaats 1] gaat wonen.
Ik heb ook een beslissing genomen over hoe vaak [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] een weekend bij hun vader in [plaats 1] zullen zijn en hoe vaak [de minderjarige 1] bij haar moeder zal zijn (als [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] daar ook zijn). Ik hoop dat jullie elkaar bij je vader of je moeder als zussen kunnen blijven vinden. Ik hoop ook dat de beslissingen die ik heb genomen voor een aantal jaren rust gaan geven.
Ik wens jullie het beste.
Met vriendelijke groet,
De rechter”
Deze brief wordt op de dag van de uitspraak aan [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] per post verstuurd.

Beslissing

De rechtbank:
*verleent toestemming aan de vader – welke toestemming die van de moeder vervangt – ten behoeve van de verhuizing naar [plaats 1] , met de minderjarige:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] , met daarbij de voorwaarde dat [de minderjarige 1] per maand twee weekenden bij de moeder verblijft als [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] daar ook verblijven;
*verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de verhuizing binnen [plaats 2] , met de minderjarigen:
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats 1] , met daarbij de voorwaarde dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] telkens twee opeenvolgende weekenden bij de vader en vervolgens een weekend bij de moeder verblijven;
*bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] bij de vrouw zal zijn;
*bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking te ondertekenen