Uitspraak
Adoptie
Beschikking op het op 9 mei 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
[de dochter] ,
[de moeder] ,
[de (juridische) vader] ,
Procedure
- verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;
- [de dochter] ;
- de moeder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot adoptie van een meerderjarige dochter door haar stiefvader. De dochter is geboren uit het huwelijk van haar moeder en haar juridische vader, die zij sinds haar vierde niet meer heeft gezien. De stiefvader heeft sinds 2012 een belangrijke vaderrol vervuld en de achternaam van de dochter is in 2019 gewijzigd in die van de stiefvader.
Hoewel de dochter meerderjarig is en het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 BW Pro niet is vervuld, stelden verzoeker en de dochter dat bijzondere omstandigheden en het recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) een uitzondering rechtvaardigen. De rechtbank erkent de nauwe band, maar oordeelt dat dit geen uitzonderlijke situatie is die afwijkt van de wettelijke eis.
De rechtbank overweegt dat het feit dat de dochter door een stiefouder is opgevoed en een hechte band heeft, niet uitzonderlijk is en geen ongeoorloofde inbreuk op het gezinsleven vormt. Ook is geen verschoonbare termijnoverschrijding aangetoond. Het wetsvoorstel dat meerderjarigenadoptie zou versoepelen ligt nog ter internetconsultatie en kan niet worden toegepast.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot adoptie af en bevestigt dat de huidige wetgeving en jurisprudentie het minderjarigheidsvereiste strikt hanteren.
Uitkomst: Het verzoek tot adoptie van de meerderjarige dochter wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet voldoen aan het minderjarigheidsvereiste.