De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen. Voor [de minderjarige 1] wordt de verlenging afgewezen omdat hij zich positief heeft ontwikkeld, goed communiceert met zijn moeder en geen verdere hulpverlening nodig heeft. De coach blijft tot het einde van het schooljaar betrokken, maar een langere ondertoezichtstelling is niet noodzakelijk.
Voor [de minderjarige 2] wordt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor een jaar. De kinderrechter constateert dat haar ontwikkeling nog steeds ernstig bedreigd wordt, vooral door de problematische relatie met de moeder. De moeder toont wel bereidheid om de wensen van [de minderjarige 2] te respecteren, maar de gecertificeerde instelling moet als neutrale partij betrokken blijven om te bemiddelen en de situatie te monitoren.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de verlenging wordt aangetekend in het gezagsregister. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening. De uitspraak is gedaan door kinderrechter N.B. Haverhoek op 14 april 2026 en schriftelijk vastgelegd op 21 april 2026.