Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
overtuiging.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Georgische staatsburger en lid van de Georgische Verenigde Nationale Beweging, diende op 24 november 2025 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vanwege zijn politieke overtuiging problemen had ondervonden, waaronder ontslag en mishandeling door door de Georgische overheid gesteunde personen, en dat hij bij terugkeer opnieuw gevaar loopt.
De minister wees de aanvraag op 12 februari 2026 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de problemen die eiser als gevolg van zijn politieke overtuiging zou hebben ondervonden. De rechtbank behandelde het beroep op 16 april 2026 en oordeelde dat de minister terecht oordeelde dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor het causaal verband tussen zijn politieke overtuiging en de problemen.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser geen prominente rol had in zijn politieke activiteiten en sinds 2020/2021 geen uiting meer gaf aan zijn politieke overtuiging, waardoor hij geen gegronde vrees voor vervolging heeft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de afwijzing van de asielaanvraag in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.