ECLI:NL:RBDHA:2026:11977
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van de ambtshalve beoordeling op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kennelijk ongegrond werd verklaard.
Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in zaaknummer NL25.290 waarin op het beroep is beslist en concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 13 mei 2026 door de voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.