De ouders zijn gehuwd geweest van 2008 tot 2022 en hebben drie kinderen, waarvan twee minderjarig. Zij oefenden gezamenlijk gezag uit over de minderjarige kinderen. De vader verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te wijzen, stellende dat de omstandigheden na de echtscheiding zijn gewijzigd.
De moeder heeft geen verzet aangetekend tegen het verzoek en steunt dit. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vader lijdt aan een neurocognitieve beperking die zijn verwerkingssnelheid en begrip van situaties beperkt, waardoor een mentor is benoemd die praktische zaken afhandelt.
Gezien de gewijzigde omstandigheden en het belang van de minderjarige kinderen, en met instemming van de moeder, heeft de rechtbank het verzoek toegewezen. Omdat het oudste kind meerderjarig is, wordt het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend voor de twee minderjarige kinderen.
De beschikking is uitgesproken op 15 april 2026 door de kinderrechter A.S. Perniciaro en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.