Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12000

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 mei 2026
Zaaknummer
C/09/691907 / FA RK 25-7130
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:212 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gerechtelijke vaststelling ouderschap na erkenning kinderen door vader

De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man over twee minderjarige kinderen. De kinderen waren bij geboorte niet erkend en de moeder was niet gehuwd of geregistreerd partner. De moeder had het gezag over de kinderen.

Tijdens de procedure heeft de man met toestemming van de moeder de kinderen alsnog erkend en is de geslachtsnaam van de kinderen gewijzigd. Hierdoor is het oorspronkelijke verzoek van de moeder om het vaderschap vast te stellen overbodig geworden.

De rechtbank constateert dat het belang van de moeder bij het verzoek is komen te vervallen en wijst het verzoek af. Tevens beëindigt de rechtbank de werkzaamheden van de bijzondere curator die de minderjarigen vertegenwoordigde, aangezien diens vertegenwoordiging niet langer nodig is.

Uitkomst: Verzoek tot gerechtelijke vaststelling ouderschap wordt afgewezen omdat de man de kinderen met toestemming van de moeder heeft erkend.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7130
Zaaknummer: C/09/691907
Datum beschikking: 15 april 2026

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Beschikking op het op 12 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. E. El-Sharkawi te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. van der Weide te Heerhugowaard.

[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] , en

[de minderjarige 2] ,geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2] ,
de minderjarigen,
in rechte vertegenwoordigd door mr. D.J. Prins, advocaat te Leiden,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 7 november 2025 van de bijzondere curator;
- de brief van 21 (lees: 24) november 2025 van de bijzondere curator;
- het bericht van 25 november 2025 van de bijzondere curator;
- het bericht van 28 januari 2026, met bijlage, van de bijzondere curator;
- het bericht van 18 februari 2026, met bijlage, van de bijzondere curator.
De behandeling van de zaak is zonder mondelinge behandeling afgedaan.

Feiten

- Uit de moeder zijn geboren de hierboven genoemde [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
- [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn niet erkend en op het moment van geboorte was de moeder niet gehuwd en stond zij niet geregistreerd als partner in de zin van de wet.
- De moeder heeft van rechtswege het gezag over de minderjarige kinderen.
- De moeder, de man en de minderjarige kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 13 oktober 2025 is mr. D.J. Prins voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt –uitvoerbaar bij voorraad – tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man over de hiervoor genoemde [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .

Beoordeling

Erkenning
Uit de overgelegde stukken constateert de rechtbank dat de man beide kinderen – [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] – met toestemming van de moeder alsnog heeft erkend en dat de geslachtsnaam van beide kinderen is gewijzigd in “ [geslachtsnaam] ”.
Gelet hierop zal de rechtbank het aanvankelijk ingediende verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap bij gebrek aan belang afwijzen.
Bijzonder curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst af het verzoek van de moeder;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2026.