Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12001

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 mei 2026
Zaaknummer
C/09/697262 / FA RK 26-139
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377g BWArt. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator en aanhouding beslissing zorgregeling minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde een aanvraag van een minderjarige die via de informele rechtsingang verzocht om wijziging van de zorgregeling, zodat zij minder tijd bij haar vader doorbrengt. De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. De minderjarige ervaart spanningsklachten en vindt het moeilijk om bij haar vader te zijn vanwege nare opmerkingen en verschillen in geloof en telefoongebruik.

Tijdens de zitting op 18 maart 2026 zijn de ouders, de minderjarige en de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. De vader heeft aangegeven dat er afspraken zijn gemaakt om de situatie te verbeteren, terwijl de moeder de zorgen van de minderjarige onderschrijft. De rechtbank constateert een belangenconflict tussen de ouders en de minderjarige en besluit daarom een bijzondere curator te benoemen.

Mevrouw A. van Teylingen wordt benoemd als bijzondere curator om de belangen van de minderjarige te behartigen en advies uit te brengen over de zorgregeling. De rechtbank houdt de beslissing over de zorgregeling vijf maanden aan, totdat het verslag van de bijzondere curator is ontvangen. In de tussentijd is een voorlopige regeling getroffen waarbij de minderjarige op donderdag niet naar haar vader gaat om haar rust te geven.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator en houdt de beslissing over de zorgregeling vijf maanden aan voor nader onderzoek en advies.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-139
Zaaknummer: C/09/697262
Datum beschikking: 15 april 2026

Informele rechtsingang

Beschikkingnaar aanleiding van de op 7 januari 2026 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 jo 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[de minderjarige 1] ,

hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. Y.M. Bérénos in Leiden,
en

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.C. Hoogeveem om Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft op 7 januari 2026 de brief ontvangen die [de minderjarige 1] met hulp van de Kinder- & Jongerenrechtswinkel heeft gestuurd.
Op 10 februari 2026 heeft [de minderjarige 1] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.
Bij brief van 16 februari 2026 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [de minderjarige 1] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [de minderjarige 1] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is voor de zitting uitgenodigd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • de brief van [de minderjarige 1] van 6 januari 2026, ingekomen op 7 januari 2026;
  • de brief van 13 maart 2026, met bijlagen, namens de vader.
De zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd geweest tot 4 mei 2018.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] en
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats 2] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • [de minderjarige 1] staat ingeschreven bij de moeder.

Aanvraag

[de minderjarige 1] heeft de kinderrechter gevraagd om de zorgregeling te wijzigen in die zin dat zij bij de vader is:
  • de ene week van woensdagavond na het eten tot donderdagochtend naar school;
  • de andere week van zaterdagavond na het eten tot zondagavond na het eten.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
Deze zaak betreft een zogeheten "informele rechtsingang". De informele rechtsingang biedt kinderen van twaalf jaar of ouder de mogelijkheid om zich op een informele wijze tot de rechtbank te wenden. Dat kan bijvoorbeeld met een e-mail of een brief. De rechtbank kan op de aanvraag van een kind, nadat de aanvraag is behandeld en alle belanghebbenden zijn gehoord, ambtshalve een beslissing nemen. Een kind kan alleen gebruik maken van de informele rechtsingang als dat in de wet is bepaald.
Op grond van de artikelen 1:377g en 1:253a BW kan de rechter ambtshalve een beslissing nemen over de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
Uit het gesprek met [de minderjarige 1] en de daaropvolgende zitting waarbij ook met de ouders is gesproken, is – samengevat – het volgende naar voren gekomen.
[de minderjarige 1] wil minder bij de vader zijn. Ze vindt verschillende dingen bij haar vader moeilijk. Zo ervaart ze fysieke spanningsklachten en zij vindt dat haar vader nare opmerkingen maakt over haar moeder, haar sport en het gewicht van mensen. Ook vindt ze het ingewikkeld dat ze bij haar vader een andere telefoon heeft dan bij haar moeder en dat haar vader niet gelovig is en [de minderjarige 1] wel. Daarnaast vindt [de minderjarige 1] het fijner om bij haar moeder huiswerk te maken omdat haar moeder haar goed kan helpen. [de minderjarige 1] wil haar vader wel blijven zien, het liefst wil ze dan één op één tijd met hem besteden.
De vader heeft toegelicht dat [de minderjarige 1] en de vader met elkaar hebben gesproken na haar gesprek op de rechtbank. Ze hebben duidelijke afspraken gemaakt zodat [de minderjarige 1] het fijner gaat hebben als ze bij de vader is. De vader stelt dat de wens van [de minderjarige 1] voort komt uit de spanningen tussen de ouders.
De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij dit anders ziet. Er zijn bepaalde gedragingen van de vader die [de minderjarige 1] niet prettig vindt. Ze vindt het belangrijk vindt dat er naar [de minderjarige 1] geluisterd wordt en dat haar wens wordt gevolgd.
Bijzondere curator
Ingevolge artikel 1:250 BW Pro kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve door de rechter.
Gelet op het vorenstaande overweegt de rechtbank dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. Ouders hebben na een korte schorsing ook aangegeven achter de benoeming van een bijzondere curator te staan. De rechtbank zal daarom een bijzondere curator over [de minderjarige 1] benoemen. Deze onafhankelijke persoon dient [de minderjarige 1] te vertegenwoordigen. Mevrouw A. van Teylingen is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator voor [de minderjarige 1] op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om de situatie en de belangen van [de minderjarige 1] in kaart te brengen en de rechtbank en de ouders te adviseren over de wensen van [de minderjarige 1] over de zorgregeling. Het staat de bijzondere curator vrij om te proberen tot een voor alle betrokkenen gedragen oplossing te komen.
De rechtbank vraagt de bijzondere curator van haar bevindingen binnen vijf maanden schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en aan de ouders. De rechtbank zal in afwachting van dit verslag een beslissing aanhouden voor een periode van vijf maanden.
Zo nodig zal de rechtbank na ontvangst van het schriftelijk verslag van de bijzondere curator een behandeling plannen waarvoor de ouders en de bijzondere curator zullen worden opgeroepen. [de minderjarige 1] zal dan mogelijk nogmaals door de rechtbank worden opgeroepen voor een gesprek.
Met de ouders is op de zitting afgesproken dat de bijzondere curator geen stukken zal ontvangen omdat alleen de vader stukken heeft ingediend en de moeder daar onvoldoende op heeft kunnen reageren.
Verdere voortgang
Op de zitting hebben de ouders onderling ook een afspraak gemaakt over een voorlopige aangepaste zorgregeling. Er is afgesproken dat [de minderjarige 1] voorlopig op donderdag niet naar de vader zal gaan. Dit zal haar hopelijk rust geven in de komende periode.
[de minderjarige 1] heeft de kinderechter verteld dat zij liever niet weer met ‘een nieuw iemand’ wil praten. De rechtbank wil de ouders daarom nadrukkelijk vragen om met [de minderjarige 1] te bespreken dat zij het als ouders ook een goed idee vinden dat [de minderjarige 1] met de bijzondere curator zal praten.
Tot slot hecht de rechtbank er nog aan de ouders te laten weten dat zij vandaag in een aparte brief ook aan [de minderjarige 1] zelf als volgt heeft uitgelegd wat haar beslissing is:
“Beste [de minderjarige 1] ,
Wij hebben elkaar op de rechtbank gesproken. Je vertelde mij toen dat je minder naar je vader wil.
Ik vertelde je toen dat ik met jouw vader en moeder wilde praten. Dat heb ik ondertussen gedaan.
Het lijkt jouw ouders en mij een goed idee dat er iemand komt met wie je kan praten over wat er aan de hand is. Wij noemen dat een ‘bijzondere curator’. Zij heet Anneke van Teylingen. Ik denk dat zij het wel goed vindt als je haar gewoon Anneke noemt.
Anneke zal met jou contact opnemen. Als Anneke klaar is met alle gesprekken en daarover heeft nagedacht, dan vertelt zij mij wat zij het beste voor jou vindt. Ik ga daar dan goed over nadenken en neem een beslissing. Wat die is laat ik je dan natuurlijk weten.
Ik weet dat je liever niet met nieuwe mensen wil praten. Toch wil ik je vragen het gesprek met Anneke een kans te geven zodat Anneke mij kan vertellen hoe zij vindt dat het verder moet.
Vriendelijke groet,
De kinderrechter
(A.S. Perniciaro)”

Beslissing

De rechtbank:
*
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] :
mw. A. van Teylingen
H. Knoopstraat 1
2171 PW Sassenheim
Tel. [telefoonnummer]
e-mail: [e-mailadres]
bepaalt dat de bijzondere curator binnen vijf maanden schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan de ouders;
bepaalt dat de ouders binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de wederpartij te worden toegezonden;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
de verdeling van de zorg- en opvoedingstakenaan tot
1 september 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 april 2026.