ECLI:NL:RBDHA:2026:12003

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 mei 2026
Zaaknummer
C/09/703140 / FA RK 26-3601
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz

De rechtbank Den Haag behandelde op 15 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die sinds 10 april 2026 onder een crisismaatregel viel.

Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene wegens medische redenen niet aanwezig, maar werd hij voorafgaand kort gehoord en vertegenwoordigd door zijn advocaat. De afdelingsarts en de advocaat van betrokkene gaven aan dat het toestandsbeeld van betrokkene gestabiliseerd is, hij niet meer verward of psychotisch is, en dat hij bereid is vrijwillig zorg te ontvangen en medicatie te gebruiken. Betrokkene wil af van zijn middelengebruik en contact opbouwen met zijn dochter.

De rechtbank concludeerde dat het ernstig nadeel waarvoor de crisismaatregel was opgelegd niet meer aanwezig is en dat betrokkene voldoende bereidheid toont om vrijwillige zorg te accepteren. Daarom zijn de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel niet meer vervuld en wijst de rechtbank het verzoek af.

De beschikking werd uitgesproken door rechter J.C. van den Dries en griffier F.H. Lüchinger. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af omdat betrokkene gestabiliseerd is en vrijwillig zorg wil ontvangen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/703140 / FA RK 26-3601
Datum beschikking: 15 april 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 13 april 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats 1] , [land] ,
wonende te [plaats 2] ,
thans verblijvende in [zorginstelling] te [plaats 3] ,
advocaat: mr. N.J. Batelaan te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 10 april 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 10 april 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de afdelingsarts, [naam 2] .
Ten tijde van de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene niet in staat was aanwezig te zijn bij de zitting wegens medische redenen. Betrokkene is voorafgaand aan de zitting door de rechter kort gehoord, in aanwezigheid van de griffier en de advocaat van betrokkene. Betrokkene gaf aan dat hij ermee akkoord is dat zijn advocaat verder namens hem het woord zal voeren op de zitting. De verdere mondelinge behandeling heeft vervolgens buiten aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat van betrokkene heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene beschouwt de crisismaatregel als een incident. Hij wil af van zijn middelengebruik en hij wil contact opbouwen met zijn dochter. Betrokkene staat open voor hulp en neemt zijn medicatie. Betrokkene is wilsbekwaam, hij is zich bewust van zijn stoornis. Het ernstig nadeel is niet meer aan de orde. Daarnaast is er geen sprake van verzet.
De afdelingsarts heeft naar voren gebracht dat het toestandsbeeld van betrokkene is gestabiliseerd sinds de opname. Betrokkene is niet meer verward of psychotisch op de afdeling, de toegediende medicatie slaat aan. Het gevoel heerst wel dat betrokkene sociaal wenselijke antwoorden geeft. De broer van betrokkene maakt zich zorgen om het middelengebruik. Betrokkene heeft in een gesprek met de behandelaar aangegeven opgenomen te willen blijven in het vrijwillige kader. Betrokkene staat open voor verslavingshulp.

Beoordeling

Ter zitting is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene in de afgelopen dagen gestabiliseerd is. Betrokkene wil vrijwillig in zorg blijven en de afdelingsarts heeft hier voldoende vertrouwen in. Er is voldoende bereidwilligheid van betrokkene om met verslavingsbehandeling te starten. Het ernstig nadeel is niet meer aanwezig. Nu zorg op vrijwillige basis mogelijk is, is er niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor het voortzetten van de crisismaatregel en zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 april 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.