ECLI:NL:RBDHA:2026:12023

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 mei 2026
Zaaknummer
C/09/702666 / FA RK 26-3291
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor twaalf maanden

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1999, die momenteel verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis, een forse stoornis in het cannabisgebruik en een lichte verstandelijke beperking, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de mondelinge behandeling op 15 april 2026 werden betrokkene, zijn advocaat, de behandelend arts en begeleider gehoord. Betrokkene is recent overgeplaatst van een gesloten naar een open afdeling en wil graag verhuizen naar een HAT-woning. Zijn advocaat pleitte voor een zorgmachtiging van twaalf maanden in plaats van de verzochte 24 maanden, met het oog op motivatie en perspectief op verbetering. Namens de zorginstelling Parnassia werd benadrukt dat betrokkene een complexe problematiek heeft met gedragsproblemen, medicatiegebruik en toenemend cannabisgebruik, wat de begeleiding bemoeilijkt.

De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, bewegingsvrijheidsbeperking, controles en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen. De duur van de machtiging is beperkt tot twaalf maanden om betrokkene de kans te geven stappen te zetten in zijn behandeling en om na een jaar te toetsen of een andere passende zorgplek beschikbaar is.

De beschikking is uitgesproken op 15 april 2026 en schriftelijk vastgesteld op 22 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de aansluitende zorgmachtiging toe voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/702666 / FA RK 26-3291
Datum beschikking: 15 april 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. S.V. Jansen te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 12 maart 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 17 maart 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 2 april 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 4 maart 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de behandelend arts, [arts] ;
- de begeleider, [begeleider] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft naar voren gebracht dat hij van de gesloten afdeling naar de open afdeling is overgeplaatst. Hij gebruikt cannabis, maar dit heeft geen negatieve gevolgen. Betrokkene wil graag verhuizen naar een HAT-woning.
De advocaat heeft een verkorte toewijzing van het verzoek van vierentwintig maanden bepleit, namelijk voor de duur van twaalf maanden. Het is ongewenst dat betrokkene zo jong al in een uitzichtloze situatie verkeert. Het is niet motiverend om het verzoek voor twee jaar toe te wijzen. Het is positief dat er in het afgelopen jaar is overgegaan tot overplaatsing naar de open afdeling, dit biedt wel perspectief. Uit de stukken volgt enkel dat betrokkene dit jaar twee keer op zijn kamer moest verblijven na het gebruik van cannabis.
Namens Parnassia is naar voren gebracht dat er sprake is van gecompliceerde gecombineerde problematiek. De gedragsproblematiek staat op de voorgrond. Overvraging en overprikkeling kan tot een onrustig toestandsbeeld leiden. De cognitieve vermogens leiden tot overvraging en dan komt ook naar voren de psychiatrische gevoeligheid. Er is sprake van een chronisch toestandsbeeld. Betrokkene valt onder een lastige doelgroep. Er zijn wel meer gepaste plekken voor deze doelgroep, maar deze zijn zeldzaam.
Er is sprake van afwezig ziektebesef en -inzicht. Betrokkene krijgt medicatie toegediend. Betrokkene is inmiddels zes jaar opgenomen, hij krijgt ondersteuning in de ADL-zorg en in stabilisatie van het dag- en nachtritme.
Het cannabisgebruik van betrokkene neemt echter toe en hier is weinig grip op, betrokkene bagatelliseert dit gebruik en de gevolgen ervan. Er is onder meer sprake van seksueel overschrijdend gedrag jegens vrouwelijke begeleiders.
Als betrokkene zich niet aan de afdelingsregels houdt en zich niet begeleidbaar opstelt, zijn er weinig mogelijkheden bij Parnassia.
Betrokkene is momenteel weer aangemeld voor een gesloten plek. Als het niet beter gaat zal hij teruggaan naar zijn oude gesloten afdeling. Het beperken van de communicatiemiddelen van betrokkene ziet op telefonisch contact met dealers.

Beoordeling

Op 4 juni 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met 4 mei 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis en een forse stoornis in het cannabisgebruik. Daarnaast is er sprake van een lichte verstandelijke beperking,
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is zeer kwetsbaar voor misbruik door derden en werd bijvoorbeeld door anderen ingezet om drugs de afdeling op te brengen. In de periode 2020-2022 is hij uit twee woonvormen gezet vanwege fysieke agressie en verwaarlozing van zijn omgeving en zichzelf. Zonder intensieve begeleiding zal betrokkene maatschappelijk en lichamelijk teloorgaan. Betrokkene kan bij oplopende spanning en overprikkeling verbaal of fysiek agressief worden. Betrokkene brengt zichzelf bij herhaling in lastige situaties bijvoorbeeld door geld te lenen en niet terug te betalen. Ook lukt het hem niet om te abstineren van cannabisgebruik, waardoor hij niet goed begeleidbaar is. Wegens het langdurig middelenmisbruik en de psychiatrische problematiek lijken de intelligentie en zeker het adaptieve vermogen van betrokkene sterk achteruit gegaan te zijn.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene vindt dat er geen sprake is van een stoornis en hij wil binnen een halfjaar met ontslag. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
De rechtbank ziet evenwel aanleiding om de zorgmachtiging in duur te beperken tot een periode van twaalf maanden. Dit geeft betrokkene de mogelijkheid om te laten zien dat hij zich meer open kan stellen voor de behandeling en of het hem lukt in de tussentijd stappen te zetten om van zijn cannabisverslaving af te komen. Ook is het belangrijk om over een jaar een toetsingsmoment te hebben met het oog of er een andere passende plek is die past bij de gecompliceerde problematiek van betrokkene.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 april 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 april 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.