ECLI:NL:RBDHA:2026:12024
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor cliënt met dementie
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementie. De cliënt vertoonde ernstig nadeel door een forse stoornis in het kortetermijngeheugen, waardoor zij geen zelfzorg meer initieerde. De zoon van de cliënt was sinds 27 maanden mantelzorger, maar raakte overbelast door de toenemende geheugen- en executieve problemen van zijn moeder, die tevens verbale en fysieke agressie jegens hem vertoonde. De thuissituatie was onveilig, met meerdere politiebezoeken vanwege agressie en brandrisico's door achtergelaten gaspitten en kaarsen.
De cliënt verzette zich verbaal tegen opname, maar de rechtbank oordeelde dat opname in een accommodatie noodzakelijk en geschikt was om het ernstig nadeel te voorkomen. Er waren geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. De zoon stelde dat terugkeer naar huis mogelijk was met 24-uurszorg, maar dit was onzeker en kon leiden tot nieuwe escalaties. De rechtbank volgde de Hoge Raad in het toepassen van een termijnkorting vanwege de late aanvraag, waardoor de machtiging een dag korter geldt dan zes maanden.
De rechtbank besloot de machtiging toe te wijzen voor de duur van zes maanden, tot en met 14 oktober 2026, en wees het verzoek om een kortere termijn af. De beslissing werd genomen na een mondelinge behandeling waarbij cliënt, haar advocaat, de specialist ouderengeneeskunde, de verzorgende en de zoon werden gehoord.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden met een termijnkorting tot 14 oktober 2026.