Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12173

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL26.12643
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin België

De minister van Asiel en Migratie heeft op 6 maart 2026 een besluit genomen om de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublin-verordening.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 7 april 2026 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen wegens verhindering en de minister zich heeft laten vertegenwoordigen.

Gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 16 april 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.12643
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

Procesverloop

Bij besluit van 6 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.12642, op 7 april 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12642, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 april 2026

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.