ECLI:NL:RBDHA:2026:12194

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL25.59562
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 VwArt. 62a VwArt. 3 Verordening 2018/1860
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen terugkeerbesluit en SIS-signalering ongegrond verklaard

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van 5 november 2025, waarin hem werd opgelegd Nederland te verlaten vanwege zijn onrechtmatig verblijf. Tevens betwist hij de rechtmatigheid van de bij het besluit behorende SIS-signalering, stellende dat hij niet over een reisdocument beschikt en dat enkel onrechtmatig verblijf onvoldoende is voor een SIS-signalering.

De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 62 en Pro 62a van de Vreemdelingenwet verweerder verplicht is een terugkeerbesluit op te leggen bij onrechtmatig verblijf, tenzij een uitzonderingssituatie zich voordoet, wat hier niet het geval is. Het ontbreken van een paspoort doet hieraan niet af, aangezien eiser een meewerkplicht heeft om zelf een reisdocument te verkrijgen.

Verder is de SIS-signalering rechtmatig omdat deze voortvloeit uit het terugkeerbesluit en dient ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de terugkeer. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en de SIS-signalering wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59562
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. A. Sarioglu),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Rechtmatigheid van het terugkeerbesluit en SIS-signalering
1. Eiser stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit onrechtmatig is, nu hij niet in het bezit is van een reisdocument en zijn vertrek naar Oezbekistan dan ook onmogelijk is. Verder betoogt eiser dat de bij het bestreden besluit horende SIS-signalering van eiser onrechtmatig is. Volgens eiser bestaat geen grond voor deze signalering en is het enkel niet rechtmatig verblijven op het EU-grondgebied hiervoor onvoldoende.
1.1.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt. Uit artikel 62 in Pro samenhang met artikel 62a van de Vreemdelingenwet (Vw) volgt dat indien een vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft verweerder in beginsel verplicht is een terugkeerbesluit uit te vaardigen met een vertrektermijn van 28 dagen. Dit is alleen anders als zich één van de in artikel 62a, eerste lid, van de Vw genoemde uitzonderingssituaties zich voordoen. Er is niet gesteld en ook niet gebleken dat sprake is van een dergelijke uitzonderingssituatie. Dat eiser zijn paspoort kwijt is doet aan het voorgaande niet af. De rechtbank wijst er in dat verband op dat eiser een meewerkplicht heeft en zelf stappen moet ondernemen om een
reisdocument te verkrijgen. De stelling dat dit in Nederland onmogelijk is, is niet onderbouwd. Bovendien heeft eiser in het gehoor voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit verklaard dat hij - om zijn vertrek te realiseren - bij de ambassade een document zal halen. De beroepsgrond slaagt niet.
1.2.
Ten aanzien van eisers stelling dat het enkel onrechtmatig verblijven op EU-grondgebied onvoldoende is voor een SIS-signalering, overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Verordening 2018/1860 voeren de lidstaten
SIS-signaleringen in van onderdanen van derde landen jegens wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd om te verifiëren of aan de terugkeerverplichting is voldaan en om de tenuitvoerlegging van terugkeerbesluiten te ondersteunen. Wanneer een terugkeerbesluit wordt uitgevaardigd, wordt onverwijld een signalering inzake terugkeer in SIS ingevoerd. Verweerder is, zoals hiervoor is overwogen, gehouden om in eisers geval een terugkeerbesluit op te leggen in verband met zijn onrechtmatig verblijf. Eisers SIS-signalering is hiervan een direct gevolg. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
2. Het beroep is ongegrond.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 april 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.