ECLI:NL:RBDHA:2026:12198

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL25.61336
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit vreemdeling

De eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 behandeld, waarbij eiser niet is verschenen. De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was vanwege een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (zaaknummer NL25.61335).

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir in aanwezigheid van griffier F.S. Ulrich en is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk, waarmee de beslissing definitief is. De zaak betreft bestuursrecht en vreemdelingenrecht, waarbij het terugkeerbesluit centraal stond.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61336

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 20 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.61335, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.