ECLI:NL:RBDHA:2026:12205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit wegens ontbreken verblijfsrecht in Spanje ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van 13 februari 2026, waarin hij werd verplicht terug te keren naar Marokko. Eiser stelde dat hij verblijfsrecht had in Spanje en dat zijn verblijfsdocument door Duitse autoriteiten was ingenomen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onderzoek had gedaan naar het verblijfsrecht van eiser in Spanje, waarbij de Spaanse autoriteiten bevestigden dat dit recht niet meer bestond.
Eiser voerde aan dat verweerder niet had gemotiveerd waarom terugkeer naar Marokko noodzakelijk was en dat het opleggen van het terugkeerbesluit niet proportioneel was. De rechtbank stelde dat het opleggen van een terugkeerbesluit een verplichting is volgens artikel 62a van de Vreemdelingenwet, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, welke eiser niet had aangevoerd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir en griffier F.S. Ulrich op 22 april 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en eiser dient terug te keren naar Marokko.