ECLI:NL:RBDHA:2026:12212

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL25.59568
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit in vreemdelingenrecht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, opgelegd op 5 november 2025. Tevens verzocht eiser om een voorlopige voorziening. De zaak werd op 15 april 2026 behandeld, waarbij partijen niet verschenen.

De voorzieningenrechter overweegt dat bij een gelijktijdige uitspraak in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL25.59562) reeds op het beroep is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir en griffier F.S. Ulrich, en is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59568
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. A. Sarioglu),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De zaak is op 15 april 2026 ter zitting aan de orde gesteld. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.59562, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 april 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.