ECLI:NL:RBDHA:2026:12214
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na opheffing inreisverbod en handhaving terugkeerbesluit
Eiser, van Chinese nationaliteit, kreeg op 20 maart 2024 een terugkeerbesluit, een tienjarig inreisverbod en een signalering in het SIS opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser maakte bezwaar en startte beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod.
De minister hief het inreisverbod op 7 januari 2025 op nadat Portugal niet had gereageerd op een verzoek over het verblijfsrecht van eiser. Eiser trok het beroep op 5 maart 2026 in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat de opheffing van het inreisverbod niet het gevolg was van het beroep, maar van het uitblijven van reactie van Portugal. Het terugkeerbesluit bleef onverminderd van kracht.
Daarom was de minister niet aan eiser tegemoetgekomen op een wijze die een proceskostenvergoeding rechtvaardigt. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd op 6 maart 2026 mondeling gedaan door rechter M.F.A.M. Smeets.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de opheffing van het inreisverbod niet voortvloeit uit het beroep en het terugkeerbesluit onverminderd van kracht blijft.