ECLI:NL:RBDHA:2026:1222
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in na intrekking van zijn verblijfsvergunning en oplegging van een terugkeerbesluit met inreisverbod vanwege een strafrechtelijke veroordeling. Hij vreesde vervolging en mishandeling door een machtige familie in Pakistan vanwege een conflict.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas en concludeerde dat verweerder de problemen van eiser met de familie terecht ongeloofwaardig heeft bevonden. De overgelegde documenten, waaronder een krantenartikel en een aangifte, droegen niet bij aan de geloofwaardigheid. Verweerder had bovendien meerdere tekortkomingen in het relaas en de onderbouwing vastgesteld.
De rechtbank volgde verweerder in zijn oordeel dat het relaas onvoldoende samenhangend en aannemelijk was, mede vanwege summiere en tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van relevante documenten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 21 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.