ECLI:NL:RBDHA:2026:12225

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL25.30870
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit vreemdeling

Verzoeker, die op 3 juli 2025 is overgenomen en opgehouden door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) na een strafrechtelijke heenzending, heeft tegen het terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 februari 2026 samen met de hoofdzaak.

Op 29 april 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.30869), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.G.M. van Veen in aanwezigheid van griffier R.R. Nortier. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30870

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: M.K. Ruijzendaal).

Procesverloop

1. Verzoeker is, aansluitend op strafrechtelijke heenzending op last van de Officier van Justitie, op 3 juli 2025 overgenomen en opgehouden door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). De minister heeft met het bestreden besluit van 3 juli 2025 een terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (NL25.30869), op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.30869, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.R. Nortier, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 april 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.