ECLI:NL:RBDHA:2026:12276
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 15 december 2024. De minister moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië werd deze termijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 16 juni 2026 viel.
Eiser stelde de minister op 26 januari 2026 schriftelijk in gebreke om binnen twee weken alsnog te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 9 april 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.