ECLI:NL:RBDHA:2026:1229
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters afdeling bestuursrecht en behandelend rechter
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak en alle rechters van de afdeling bestuursrecht van de rechtbank Den Haag. Zij stelde dat er sprake zou zijn van vooringenomenheid en partijdigheid, onder meer vanwege het niet inschakelen van een onafhankelijke deskundige en vermeende persoonlijke relaties tussen de rechter en een partij.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten die de onpartijdigheid van een rechter aantonen. Verzoekster kon echter geen specifieke feiten aandragen, maar baseerde haar verzoek op veronderstellingen en suggesties. Ook het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter werd afgewezen, omdat procedurele beslissingen zoals het al dan niet inschakelen van een deskundige geen grond voor wraking vormen.
De wrakingskamer besloot dat het verzoek niet toewijsbaar is en dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek. Er werd geen mondelinge behandeling gehouden omdat het verzoek geen gegrondheid vertoonde.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen alle rechters van de afdeling bestuursrecht en de behandelend rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die onpartijdigheid aantonen.