ECLI:NL:RBDHA:2026:123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 oktober 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft de maatregel eerder getoetst en toen als rechtmatig beoordeeld tot het moment van het sluiten van dat onderzoek.
In deze procedure richt het geschil zich op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel na het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitzetting, mede omdat de Ethiopische autoriteiten hebben bevestigd dat eiser niet in hun database voorkomt en daarom geen laissez-passer zullen afgeven.
De rechtbank oordeelt dat de minister maandelijks uitzettingshandelingen heeft verricht, waaronder vertrekgesprekken en presentatie bij de Ethiopische autoriteiten. Er is geen bewijs dat de lp-aanvraag is afgewezen of niet in behandeling is. De rechtbank ziet geen reden om het beroep gegrond te verklaren en wijst ook het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.