ECLI:NL:RBDHA:2026:12300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging verblijf
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 24 februari 2026 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog een besluit te nemen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener, wordt een vast bedrag van €467,- toegekend, inclusief vergoeding van het griffierecht. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het houden van een zitting en wijst het verzoek toe als kennelijk gegrond.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €467,- aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag.