ECLI:NL:RBDHA:2026:12312

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
C/09/697842 / FA RK 26-440
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R.S. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor vakantie met minderjarige kinderen ondanks verstoorde ouderrelatie

Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen die gezamenlijk het gezag uitoefenen. De moeder verzoekt vervangende toestemming om met de kinderen gedurende tien dagen in de herfstvakantie 2026 naar Turkije of de Canarische Eilanden te reizen. De vader weigert toestemming te geven vanwege het ontbreken van contact met de kinderen en het ontbreken van overleg over de vakantie.

De rechtbank overweegt dat het belang van de kinderen om met de moeder op vakantie te gaan zwaarder weegt dan het verdriet van de vader over het contactverlies. De verstoorde relatie en het ontbreken van contact tussen vader en kinderen vormen geen reden om de vakantie te weigeren. Ook de zorgen over de veiligheid in Turkije leiden niet tot afwijzing, mede omdat de moeder haar reisplannen heeft aangepast aan de actuele situatie.

De rechtbank wijst het verzoek toe en verleent de moeder vervangende toestemming voor de vakantie, waarbij zij de vader na boeking zal informeren over de vluchtgegevens en verblijfplaats. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is uitgesproken door kinderrechter R.S. Matthijssen op 3 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming om met de kinderen op vakantie te gaan ondanks het verstoorde contact met de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-440
Zaaknummer: C/09/697842
Datum beschikking: 3 april 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 15 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K. Moene in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J. Zennipman in ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht met bijlage van 19 januari 2026 van de moeder;
  • het verweerschrift;
  • het gewijzigde verzoek van de moeder, binnengekomen op 5 maart 2026.
Op 6 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat en de advocaat van de vader. De vader was niet aanwezig op de zitting.

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2012 tot [datum 2] 2023.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2]
  • De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
  • Bij beschikking van 20 maart 2023 van deze rechtbank is de echtscheiding uitgesproken en – voor zover hier van belang – bepaald dat:
  • de kinderen de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
  • in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als volgt bij de vader zullen zijn:
  • iedere woensdag na school tot 18:00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt van school en de moeder de kinderen weer ophaalt bij de vader;
  • iedere zondag van 12:00 uur tot 18:00 uur waarbij de vader de kinderen ophaalt bij de moeder, en de moeder de kinderen weer ophaalt bij de vader;
  • Bij beschikking van 14 juni 2024 van deze rechtbank zijn de ouders doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling. Daarnaast is met wijziging van de beschikking van 20 maart 2023 bepaald dat de kinderen voorlopig alleen op de zondag van 12:00 uur tot 18:00 uur bij de vader zijn.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, na wijziging en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om haar vervangende toestemming te verlenen die de toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen voor 10 dagen in de (school)herfstvakantie 2026 naar Turkije (Egeïsche Kust of de Turkse Rivièra) of één van de Canarische eilanden af te reizen en aldaar te verblijven, waarbij moeder na boeking vader terstond zal informeren over de vluchtnummers en vluchttijden en de naam van accommodatie alwaar zij met de kinderen op vakantie zal verblijven.
De vader voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Vervangende toestemming vakantie
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder wil graag met de kinderen, haar huidige partner en zijn kinderen op vakantie gaan. Sinds half november heeft de moeder geprobeerd toestemming te krijgen van de vader, maar de vader weigert deze te geven omdat hij de kinderen al maandenlang niet heeft gezien. De moeder begrijpt dat de vader de kinderen mist, maar is van mening dat zij wel gewoon op vakantie moeten kunnen gaan. De moeder wilde aanvankelijk in de meivakantie naar Turkije reizen, maar vanwege de onrustige situatie in de wereld heeft zij haar plannen gewijzigd en gevraagd om toestemming voor een reis naar Turkije of de Canarische eilanden tijdens de herfstvakantie.
De vader voert verweer. Hij stelt dat de moeder stelselmatig zonder overleg met hem beslissingen neemt over de kinderen. Ook over de voorgenomen vakantie heeft de moeder geen overleg met hem gevoerd. Daarnaast heeft de moeder hem bewust onjuist geïnformeerd door in haar e-mails niet te vertellen dat haar nieuwe partner en zijn kinderen ook meegaan op vakantie. De vader is bovendien van mening dat er eerst contactherstel moet plaatsvinden voordat een beslissing over de vakantie genomen kan worden. Mocht er wel vervangende toestemming worden verleend, dan vindt de vader, gelet op de recente ontwikkelingen, dat dit niet mag worden gegeven voor Turkije maar alleen voor de Canarische eilanden.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen, en overweegt daartoe als volgt. Vast staat dat de verstandhouding tussen de ouders verstoord is en dat de vader en de kinderen geen contact meer met elkaar hebben. Dat de vader en de kinderen op dit moment geen contact hebben, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan het belang van de kinderen om met de moeder op vakantie te kunnen gaan. Hoewel de rechtbank het verdriet van de vader dat er geen contact is met de kinderen invoelbaar acht, is het weigeren van toestemming voor vakantie met de moeder niet helpend om de situatie te verbeteren. De rechtbank ziet in wat de vader naar voren heeft gebracht dan ook onvoldoende aanleiding om de gevraagde vervangende toestemming te weigeren. Dat er op dit moment zorgen bestaan over de veiligheid in Turkije, geeft de rechtbank evenmin aanleiding om het verzoek af te wijzen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de moeder haar oorspronkelijke verzoek heeft aangepast naar aanleiding van de huidige onrustige situatie in het Midden-Oosten. De rechtbank heeft er daarom voldoende vertrouwen in dat de moeder haar plannen in de herfstvakantie wederom zal aanpassen als haar voorgenomen reisbestemming onveilig blijkt te zijn. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de door de vader geuite bezwaren.

Beslissing

De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke de toestemming van de vader vervangt – om met de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2] ,
10 dagen in de (school)herfstvakantie 2026 naar Turkije (Egeïsche Kust of de Turkse Rivièra) of één van de Canarische eilanden af te reizen en aldaar te verblijven;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 3 april 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.