ECLI:NL:RBDHA:2026:12355
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring beroep terugkeerbesluit
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van 31 juli 2025 opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 17 april 2026 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Op 18 mei 2026 heeft de rechtbank het samenhangende beroep van verzoeker ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.J. van der Veen en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.