ECLI:NL:RBDHA:2026:12420
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering. Hij stelt dat hij terminaal is en binnen afzienbare tijd kan komen te overlijden, waardoor er sprake zou zijn van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij financiële geschillen alleen een voorlopige voorziening wordt getroffen als er sprake is van onverwijlde spoed, bijvoorbeeld een acute financiële noodsituatie of dreigend faillissement. Verzoeker heeft echter niet aangetoond dat hij een acute financiële noodsituatie heeft, noch dat hij een bijstandsuitkering heeft aangevraagd.
De medische situatie van verzoeker wordt erkend als schrijnend, maar vormt geen grond voor het aannemen van spoedeisend belang in deze procedure. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en geeft verweerder het advies om zo spoedig mogelijk een beslissing op bezwaar te nemen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.