ECLI:NL:RBDHA:2026:12476
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 16 februari 2026 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht werd het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De rechtbank hanteerde een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en kende een vergoeding toe van € 467,-, inclusief het betaalde griffierecht. De minister werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag.