ECLI:NL:RBDHA:2026:12549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
De rechtbank Den Haag heeft op 15 mei 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser was niet verschenen bij twee Dublingehoor-zittingen en had geen zienswijze ingediend. Hij gaf aan dat dit kwam door ziekte en communicatieproblemen met zijn gemachtigde, maar de rechtbank oordeelde dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon verschijnen en dat het zijn eigen verantwoordelijkheid was om bereikbaar te zijn.
Eiser voerde aan dat hij slechts kort in Spanje verbleef en dat Nederland zijn aanvraag had moeten behandelen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en twijfels over de naleving van internationale verplichtingen door Spanje. De rechtbank verwierp deze argumenten, verwijzend naar het interstatelijke vertrouwensbeginsel en recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier J. de Lange.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.