Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12549

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
NL26.19265
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 13 DublinverordeningArt. 30 lid 1 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen

De rechtbank Den Haag heeft op 15 mei 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser was niet verschenen bij twee Dublingehoor-zittingen en had geen zienswijze ingediend. Hij gaf aan dat dit kwam door ziekte en communicatieproblemen met zijn gemachtigde, maar de rechtbank oordeelde dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon verschijnen en dat het zijn eigen verantwoordelijkheid was om bereikbaar te zijn.

Eiser voerde aan dat hij slechts kort in Spanje verbleef en dat Nederland zijn aanvraag had moeten behandelen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en twijfels over de naleving van internationale verplichtingen door Spanje. De rechtbank verwierp deze argumenten, verwijzend naar het interstatelijke vertrouwensbeginsel en recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier J. de Lange.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.19265

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. L.I. Siers),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 31 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
2.1.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1] In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om terugname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.
Geen zienswijze en het niet verschijnen bij de Dublingehoren
4. De minister heeft in het bestreden besluit overwogen dat eiser twee keer is uitgenodigd voor een Dublingehoor, maar beide keren niet is verschenen. Ook heeft eiser geen zienswijze ingediend. De minister is er daarom vanuit gegaan dat eiser geen bezwaar heeft tegen de overdracht aan Spanje.
4.1.
Eiser heeft in zijn gronden aangegeven dat er geen zienswijze is ingediend, omdat zijn gemachtigde geen contact met hem heeft kunnen krijgen, maar dat het contact daarna is hersteld. Daarnaast is eiser niet bij het gehoor verschenen omdat hij ziek was.
4.2.
Voor zover hierin een beroepsgrond gelezen moet worden overweegt de rechtbank dat het aan eiser is om bereikbaar te zijn voor zijn gemachtigde en te verschijnen bij een gehoor als hij daarvoor uitgenodigd is. Nu eiser geen verschoonbare reden heeft gegeven voor zijn onbereikbaarheid, komt het voor zijn eigen risico dat zijn gemachtigde als gevolg daarvan geen zienswijze heeft kunnen indienen. Ook heeft eiser niet onderbouwd dat hij ziek was op beide momenten dat de gehoren zouden plaatsvinden. Hij heeft dit ook niet gemeld. Dat eiser niet op deze gehoren is verschenen, komt daarom ook voor zijn eigen risico.
Heeft de minister eisers asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen?
5. Eiser betoogt dat de minister eisers asielaanvraag ten onrechte niet in behandeling heeft genomen. Eiser had in Algerije al de intentie om naar Nederland te komen. Hij is maar een dag in Spanje geweest en wilde daar niet blijven. Daarnaast is eiser naar Nederland gekomen omdat hij in Algerije last had van stress en druk. Ook is eiser bang dat Spanje zijn internationale verplichtingen jegens hem niet zal nakomen. De minister had eisers asielaanvraag om die reden onverplicht aan zich moeten trekken.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft eisers asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen. De minister heeft er namelijk terecht op gewezen dat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag, nu gebleken is dat eiser via Spanje illegaal het Dublingebied is ingereisd. [2] De minister heeft Spanje daarom verzocht om eiser terug te nemen, waar Spanje mee akkoord is gegaan. Dat het niet eisers bedoeling was om in Spanje te blijven, doet hier niet aan af. Verder heeft de minister terecht gesteld dat Nederland erop mag vertrouwen dat Spanje zich aan zijn internationale verplichtingen houdt. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kort geleden nog bevestigd. [3] Eiser heeft geen informatie naar voren gebracht die aanleiding geeft om tot een andere conclusie te komen. Gelet hierop en het feit dat eiser geen andere bijzondere omstandigheden naar voren heeft gebracht, heeft de minister dan ook geen gebruik hoeven maken van zijn bevoegdheid om eisers asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen. [4]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie artikel 13, eerste lid van de Dublinverordening.
3.ABRvS 25 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5661.
4.Op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.