ECLI:NL:RBDHA:2026:12552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat het griffierecht van € 200,- niet is betaald, ondanks een aangetekende aanmaning.
De rechtbank heeft eiseres op 27 maart 2026 een aangetekende nota gestuurd met de betalingstermijn van twee weken en de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. PostNL bevestigde dat de nota op 31 maart 2026 is ontvangen en ondertekend, maar betaling bleef uit en er is geen geldige reden voor het niet betalen gegeven.
Op grond van artikel 8:41 Awb Pro is betaling van griffierecht verplicht voor behandeling van het beroep. De rechtbank volgt de hoofdregel dat bij niet-betaling het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 30 april 2026. Eiseres kan binnen zes weken een verzetschrift indienen om alsnog een zitting te vragen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.