ECLI:NL:RBDHA:2026:12584
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 13 maart 2025 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel, gebaseerd op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft eiser op 1 april 2026 aangetekend verzocht het griffierecht van € 200,- binnen twee weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. De nota is op 8 april 2026 in ontvangst genomen, maar betaling bleef uit.
Eiser heeft geen geldige reden gegeven voor het niet betalen van het griffierecht. Daarom behandelt de rechtbank het beroep niet inhoudelijk en verklaart het niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 4 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.