ECLI:NL:RBDHA:2026:12585
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit wegens overschrijding vrije termijn en onvoldoende middelen
De minister van Asiel en Migratie heeft op 11 november 2025 een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser, een Albanese staatsburger, met een vertrektermijn van 28 dagen vanwege overschrijding van de vrije termijn van 90 dagen in Nederland. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten omdat partijen geen zitting wensten. Eiser stelde dat de minister ten onrechte niet had onderzocht of hij de Europese Unie had verlaten en opnieuw was ingereisd, waardoor mogelijk een nieuwe vrije termijn zou zijn begonnen. De rechtbank oordeelde dat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de minister terecht had vastgesteld dat de vrije termijn was overschreden op basis van de inreisstempel van 31 juli 2025.
Verder stelde de minister dat eiser onvoldoende middelen had om in Nederland te verblijven en terug te reizen, maar de rechtbank vond deze grond irrelevant nu het rechtmatig verblijf ontbrak. Er was geen sprake van uitzonderingssituaties die het terugkeerbesluit zouden kunnen verhinderen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard omdat eiser de vrije termijn heeft overschreden en geen rechtmatig verblijf heeft.