Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12619

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
26/704
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 4:17 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op Woo-verzoek gegrond verklaard

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op hun verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eisers de staatssecretaris tijdig in gebreke hebben gesteld. Het beroep wordt daarom kennelijk gegrond verklaard.

De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen vier weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen op het Woo-verzoek. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van € 15.000,-. Er is geen sprake van een dwangsom op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), omdat deze sinds 2016 is vervangen door de Woo.

De rechtbank wijst proceskosten af, maar veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 200,- aan eisers. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.P. Bosman en uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.

Uitspraak

0R0ECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 26/704

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] en [eiseres], uit [woonplaats], eisers,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op hun verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van 28 mei 2025.
Verweerder heeft op 17 maart 2026 een verweerschrift ingediend. Hierop hebben eisers bij brief van 7 mei 2025 gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaken niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [1] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [2]
3. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. Eisers hebben verweerder op 16 december 2026 in gebreke gesteld. Eisers hebben het beroep meer dan twee weken daarna ingesteld.
4. Het beroep is kennelijk gegrond.
5. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Gelet op het bepaalde in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb zal de rechtbank, gezien de argumenten van verweerder in zijn verweerschrift, verweerder opdragen binnen een termijn van vier weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het verzoek te nemen.
6. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde beslistermijn overschrijdt. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
7. De rechtbank stelt voorts vast dat er geen dwangsom op grond van artikel 4:17
van de Awb is verbeurd. Immers, op 1 oktober 2016 is de Wet ter voorkoming misbruik Wob in werking is getreden. Hierdoor hebben burgers geen recht meer op een dwangsom bij het niet tijdig beslissen op een verzoek op grond van de Wob door een overheidsorgaan.
8. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op, binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak, alsnog een besluit bekend te maken op het verzoek;
- bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
€ 15.000,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 200,- aan eisers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van
F.J. Leegstraten, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
2.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.