ECLI:NL:RBDHA:2026:12621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek op grond van medische redenen volgens artikel 64 Vreemdelingenwet
Eiser, van Somalische nationaliteit, verzocht de minister van Asiel en Migratie om uitstel van vertrek op grond van medische redenen zoals bedoeld in artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. De minister wees dit verzoek af op basis van adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd geconcludeerd dat geen medische noodsituatie bestond.
Eiser voerde aan dat de risico's van een tekort aan testosteron en de kans op kanker onvoldoende waren meegewogen en dat hij bij terugkeer in Somalië vanwege een hogere stem en vrouwelijk voorkomen zou worden aangezien voor homoseksueel, wat tot gevaarlijke situaties zou leiden. De rechtbank oordeelde echter dat deze maatschappelijke risico's in deze procedure over uitstel van vertrek geen rol spelen en dat het BMA-advies zorgvuldig en volledig was.
De rechtbank stelde vast dat de medische behandeling van eiser van blijvende aard is en dat bij het uitblijven van behandeling geen levensbedreigende situatie binnen drie tot zes maanden te verwachten is. Omdat eiser geen concrete aanwijzingen gaf die het BMA-advies zouden ondermijnen, bleef de afwijzing van het verzoek in stand. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wegens medische redenen wordt ongegrond verklaard.