Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12622

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
NL25.29879
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over uitstel van vertrek

Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende een aanvraag in voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, gericht op uitstel van vertrek. De minister van Asiel en Migratie stelde deze aanvraag buiten behandeling en verklaarde het bezwaar van verzoeker ongegrond in een besluit van 4 juli 2025.

Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Op 11 mei 2026 vond de zitting plaats met deelname van verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het hoofdberoep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29879

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [datum] ,
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D. Post).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor ingediend om toepassing van artikel 64 van Pro de Vw [1] . De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 16 februari 2024 buiten behandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 4 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en beslist dat eiser geen uitstel van vertrek wordt verleend als bedoeld in artikel 64 van Pro de Vw. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, gelijktijdig met het beroep [2] , op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.NL25.29878.