ECLI:NL:RBDHA:2026:12626
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om een tijdelijke beslissing te verkrijgen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld.
Op de dag van de uitspraak van de voorzieningenrechter heeft de rechtbank ook uitspraak gedaan op het hoofdberoep. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.