ECLI:NL:RBDHA:2026:12678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing visumkort verblijf en schending hoorplicht
Eiseres, een Marokkaanse staatsburger, verzocht op 4 juli 2024 om een visum voor kort verblijf om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Marokko, waardoor vestigingsgevaar werd vermoed. Het bezwaar van eiseres werd op 22 januari 2025 kennelijk ongegrond verklaard zonder haar te horen.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft afgezien van de hoorplicht, terwijl eiseres expliciet om een hoorzitting had verzocht en aanvullende toelichting wilde geven op haar binding met Marokko. De rechtbank benadrukt dat in visumzaken het gedrag van de aanvrager centraal staat en dat een hoorzitting essentieel is om vestigingsgevaar te kunnen weerleggen.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt de minister opgedragen binnen acht weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij eiseres eerst wordt gehoord. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en het besluit wordt vernietigd met opdracht tot een nieuwe beslissing na hoorzitting.