ECLI:NL:RBDHA:2026:12701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. Wilts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 2 april 2026 samen met het beroep.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan op het beroep (zaaknummer NL26.8903), waardoor de voorlopige voorziening overbodig werd. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door mr. G.J. Wilts, voorzieningenrechter, en bekendgemaakt op 8 april 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan op het beroep.